maandag 7 augustus 2017

Vreemde jongens, die journalisten



© Foto Staatsbosbeheer
‘Zeg Paul, weet je wat het is? Het is een hobby die klauwen met geld kost, en ja, het geeft me best wel een naar gevoel. Het zijn toch levende wezens die je doodmaakt hè? En daarbij is het altijd maar buiten. Weet je hoe koud dat kan worden in wintermaanden? Afzien, dat is ’t Paul!’ Waarop Paul antwoordt: ‘Maar Teus, dan stop je er toch mee?’


Lijkt een logische vraag, toch? Maar Paul stelt de vraag niet. Want Paul is veel te hard bezig met het netjes in zijn journalistenblokje overschrijven van alle wijsheid die zijn kloeke jagersvrind Teus met hem deelt...


Paul Hartman van kwaliteitskrant De Stentor doet namelijk niet aan kritisch doorvragen. Het is die tijd van het jaar, dat er weer een stukkie jachtpropaganda in de krant moet komen. Dat was alweer een tijdje geleden hadden ze op de redactie gezegd. Tja, en dan moet je wel hè? Terwijl je veel liever op de bank had gezeten, met een pilsje en een zak chips.


Nu heb ik alleen maar voor een huis-aan-huisblad gewerkt, maar aan kritische vragen heb ik nooit gebrek. Dus misschien kan ik je wat ideetjes aan de hand doen voor het volgende stukje dat De Stentor voor de plaatselijke WBE schrijft.

  •  Als er in de strook bos naast de N302 zoveel wilde zwijnen zitten, waarom staat er dan geen hek? Of een waarschuwingssysteem dat volgens jouw eigen krant 8 van de 10 aanrijdingen kan voorkomen?
  • Als het gevaar voor aanrijdingen dan zo groot is, waarom wordt de maximumsnelheid dan niet aangepast?
  • Als het jaar na jaar decimeren van de zwijnenpopulatie dan zou helpen, waarop kan het aantal dan ‘exploderen’?
  • En als je in Harderwijk dan struikelt over de zwijnen, waarom heb je er dan maar eentje gezien? Te hard geplast misschien?
  • Misschien dat iemand die tellingen van je moedige zwijnenjagersvrinden een moet controleren?
Zomaar even from the top of my head hoor. Eén minuutje nadenken, meer tijd kostte het niet. Mocht je er nog meer willen hebben, stuur ik ze je graag nog even toe hoor. Zomaar, gratis en voor niks. Want dat is mijn hobby: dieren en (soms) mensen helpen...

dinsdag 4 juli 2017

Vijand of melkkoe?


Jonge grauwe gans (Foto: Natuurstruiner | http://natuurstruiner.blogspot.nl/)

Is de gans het grootste gevaar dat het leven zoals we het nu kennen, bedreigt? Als je boeren, jagers en provinciebestuurders moet geloven wel. Een ‘vijand’ die met alle mogelijke middelen bestreden moet worden. Maar het is alleen oorlog als er niets aan de gans te verdienen valt.

Neem melkveehouder Adriaan. Hij heeft land met het lekkerste meest eiwitrijke gras. Voor de ganzen. Nou ja in de winter dan. Dan verwelkomt hij de gans met open armen. Omdat hij daarvoor betaald krijgt. ‘Dat is gewoon een zakelijke afweging.’

Schijten
Lokt hij de ganzen nog in de winter, in het voorjaar zijn de ‘betalende’ gasten niet meer welkom. Dan is het: ‘De ganzen vreten het lekkerste gras op, schijten de boel onder, vertrappen de rest en de koeien staan er beteuterd bij.’ (Adriaans koeien schijten blijkbaar nooit.)

Vergoeding
Wat boer Adriaan c.s. er nooit bij vertellen is dat ze een vergoeding krijgen uit het Faunafonds voor eventuele schade die ganzen aan zijn percelen toebrengen. Maar dat is ‘zakelijk’ blijkbaar minder interessant, want de ganzen moeten dood. Dood aan de ganzen! Het is oorlog! Tenminste, totdat de winter weer invalt.

Oorzaak en gevolg
Als je ergens last van hebt, pak je de oorzaak aan. Maar klagen levert geld op, dus boeren klagen. Voortdurend. Ach en wee, terwijl ze zelf aan de oorsprong staan van het ganzen‘probleem’. Ze lokken de dieren met ‘het lekkerste gras’. Zo lekker, dat ganzen van heinde en verre buitenlanden komen aanvliegen. Van oorzaak- en gevolgrelaties hebben boeren geen kaas gegeten, maar klagen kunnen ze als geen ander. In plaats van de hand in eigen boezem te steken, steken boeren deze liever in de zak van de belastingbetaler.

Joker
Jager c.q. melkveehouder Adriaan zegt het zelf: ‘Je voelt je een joker in je schuttersputje. Je bent klaar, maar je bent nog niet weg, of hup, daar zijn de volgende ganzen al.’ Na jaren van massaslachtingen onder ganzen, is er nog geen gans minder in Nederland. Het beleid van de provincies heeft dus compleet gefaald. Wil je minder ganzen, dan is er maar één oplossing: zorgen dat er minder lekker gras op de weilanden staat, zodat het voedselaanbod en dus de populatie krimpt. Want, en dat blijkt een moeilijk concept voor provinciebestuurders om te doorgronden: omgevingsfactoren en niet beleidsmakers bepalen hoeveel ganzen er in een gebied kunnen leven. En om die reden zijn de voortdurende gruwelijke slachtingen onder ganzen volkomen zinloos.

Bron: Klaar voor de oorlog met de gans, de Volkskrant, 7 juni 2011

dinsdag 12 juli 2016

Geen plaats voor zwanen



Portret knobbelzwaan. Foto: Arno-Jan Boere
Wie nog de illusie had dat boeren geven om de natuur en dat er zoiets mogelijk is als ‘agrarisch natuurbeheer’, kan deze nu gerust bij het grofvuil zetten.

In het artikel ‘Dierenbescherming: Stop afschietenknobbelzwanen’ verklaart jager/boer Siem Appel (LTO Noord) dat hij niet op zwanen zit te wachten. ‘“Die grote hopen van ze komen altijd op het verkeerde moment”, (...) Voor de knobbelzwaan is wat hem betreft weinig plek op landbouwgrond.’

Laat nu een dikke 65 procent van Nederland te bestaan uit boerenland. Een magere 15 procent (in Zuid-Holland is dat nog een stuk minder) is natuur. En ook in deze natuurgebieden wordt steeds intensiever gejaagd, onder druk van diezelfde boeren en hun jagersvrinden. Een verschijnsel dat Caspar Janssen jaren geleden in zijn boek ‘Ontpopt’ zo omschreef:
‘Natuurorganisaties zeggen niets terug; ze zeggen eigenlijk nooit wat terug. Staatsbosbeheer mag dat niet, als semioverheid. Natuurmonumenten ligt meestal braaf met de pootjes omhoog op de rug, bang om wie dan ook voor het hoofd te stoten.’

‘Noaberschop’ noemt Nederlands grootste natuurclub Natuurmonumenten dat. Een plicht die wederzijds zou moeten zijn, maar van enige tolerantie voor in het wild levende dieren is in Nederland allang geen sprake meer. Het willen beschermen van deze dieren is zó ‘emotioneel’! Een woord dat jagers, boeren en verantwoordelijke gedeputeerden bij de provincies te pas en te onpas in de mond nemen.

Waar kunnen zwanen dan nog wel leven zonder de kogel te krijgen? In de stad? Helaas, ook daar worden steeds meer ontheffingen afgegeven waarmee jagers er lustig op los mogen knallen langs plaatselijke fietspaden, in recreatiegebieden en op andere plekken waar zich ‘lastige’ zwanen ophouden.

Terwijl miljoenen ‘gewone’ Nederlanders genieten van ‘hun’ zwanen en lokale kranten volstaan met kiekjes van deze prachtige dieren, maken jagers en boeren plannen om er nog meer te mogen doden. De overgrote meerderheid Nederlanders mag eens in de vier jaar een vakje rood kleuren, maar heeft verder geen enkele stem in het natuurbeleid van de provincies. Zij vinden de belangen van een kleine groep boeren en jagers veel belangrijker. Hetzelfde geldt voor natuurorganisaties; hun natuurminnende achterbannen kunnen hooguit hun lidmaatschap opzeggen.

Wat artikelen over ‘overlast’ van en ‘schade’ door in het wild levende dieren zelden noemen, is dat werkelijke schade vergoed wordt door het Faunafonds. De schrijnende praktijk in Nederland is echter dat dieren nu al doodgeschoten mogen worden als er sprake is van ‘dreigende’ schade. En die dreiging, die zien boeren (jagers en gedeputeerden) werkelijk altijd en overal...

dinsdag 26 april 2016

Dieren hebben (ons) nog heel wat te vertellen




Mijn huisgenoot Bas kent nu zo’n zes woorden. Uitspreken kan hij deze niet, Bas is een kat. Dat hij geen mensentaal kan spreken, betekent niet dat hij niet kan nadenken of niets voelt, zoals eeuwenlang de gangbare opvatting was. Hij is prima in staat om mij duidelijk te maken wat hij wil en hoe hij zich voelt. Iets wat de meeste ‘baasjes’ zullen herkennen. Want, schrijft Eva Meijer: ‘Ken je een dier goed, dan begrijp je hem of haar vaak prima, beter dan een mens uit een totaal andere cultuur’ of de buurvrouw...

‘Als je geluk hebt, ontmoet je een dier dat met je wil praten.’ zo begint Meijer haar nieuwste boek Dierentalen. ‘Als je nog meer geluk hebt, ontmoet je een dier dat de tijd en de moeite neemt je te leren kennen. In mijn ervaring zijn de meeste dieren niet te beroerd om een praatje te maken. Ze zijn ook genereus in wat ze bereid zijn te vertellen. Met sommige dieren kun je hechte relaties aangaan. Zo’n relatie kan je niet alleen veel over het dier in kwestie leren, maar ook over taal, en over jezelf.’

Dierentalen
Het uitgangspunt voor Meijer in haar boek is dat dieren taal hebben, in relatie tot elkaar en in relatie tot mensen. Hoe meer er bekend wordt over dierentalen, hoe duidelijker het wordt hoe complex deze kunnen zijn. Veel complexer dan we nu kunnen begrijpen. Dieren kunnen niet alleen veel meer zeggen dan we ooit hadden kunnen dromen, ze kúnnen ook meer. Meijer laat er in haar boek een groot aantal voorbeelden van voorbijkomen. Er zijn dieren die soortgenoten bij naam kennen, andere begraven hun soortgenoten, kennen ingewikkelde rouwrituelen of zingen liefdesliedjes. Er zijn zelfs dieren die zichzelf bewust van het leven beroven.

Evolutie
Na het lezen van Dierentalen, zullen de meeste mensen niet meer kunnen (of zelfs maar willen) ontkennen dat dieren ‘taalloos’ zijn. ‘Vanuit een evolutionair perspectief zou het vreemd zijn dat mensen taal hebben en dieren niets vergelijkbaars, dat er een harde grens zou zijn tussen taal en communicatie op basis van instinct’, concludeert Meijer. ‘Honden zijn gaan blaffen om met mensen te communiceren en mensen hebben geleerd naar dat blaffen te luisteren’, zegt ze. Katten miauwen om dezelfde reden. Gedomesticeerde dieren hebben zichzelf dus geleerd om met ons, mensen te communiceren: de mogelijkheid van een gedeelde taal laat zich niet tegenhouden door een vacht of een staart’. Wij vinden onze taal uniek, ‘maar de talen van andere dieren zijn dat ook’. Mensen oefenen grote invloed uit op de levens van dieren, zegt ze. Zonder dat dieren daar iets over te zeggen hebben. ‘We moeten met ze in gesprek.’

Dierenrechten
Hoe we over dieren denken is verbonden met hoe we ze behandelen’, aldus Meijer. Beter naar dieren luisteren vereist dat we anders moeten gaan denken. Als wij de wereld bekijken door hun ogen, zijn we gedwongen kritisch te kijken naar welke positie we ze in onze maatschappij toebedelen. Dit is niet alleen positief voor dieren, ook mensen hebben een wereld te winnen, want zegt ze: ‘Mee kunnen kijken door hun ogen verrijkt je eigen leven en laat het anders zien.’