Posts tonen met het label Dierenbescherming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dierenbescherming. Alle posts tonen

zondag 4 maart 2012

Dieren SOS

Het is een trillend hoopje ellende. Aan zijn snavel hangt een druppel bloed en waar eerder in zijn nek nog fluorescerend turkooizen veertjes zaten, gaapt nu een bloederige kale plek. Het einde van de houtduif in het gras naast het hondenuitlaatpad lijkt nabij. Wat te doen? Pak ik hem op en probeer ik hem te helpen of laat ik de natuur haar werk doen?

De discussie over het wel of niet opvangen van zieke en gewonde wilde dieren laait regelmatig op in de media. Laatst nog, over de opvang van zieke zeehonden. ‘Een kwestie van fatsoen’, volgens het centrum van Lenie ’t Hart.

Voor wetenschapsjournalist Rob Buiter is het punt bereikt ‘dat je vooral je eigen gemoedsrust sust met de opvang van deze dieren’. En: ‘De overheid zou de opvang van dieren die een natuurlijke dood dreigen te sterven moeten verbieden.’Het natuurlijk evenwicht van de Waddenzee is in gevaar’, zegt Anton Hurkens, directeur van Ecomare.

Niet álle gewonde dieren hebben hulp nodig’, vindt ook directeur Frank Dales van de Dierenbescherming. Hij maakt onderscheid tussen dieren die ziek of gewond zijn door natuurlijke oorzaken of door menselijk handelen. Een wild dier dat niet meer terug kan naar de natuur is niet gebaat bij levenslange opsluiting, redeneert hij. Daar heeft hij een punt, maar betekent ‘hulp’ dan altijd ‘opvang’?

‘Mijn’ houtduif wacht misschien nog veel pijn en stress voor hij een natuurlijke dood sterft. Wie weet wordt hij nogmaals gepakt door een vogel of opgejaagd door een hond. Doorlopen en niets doen kan ik niet over mijn hart verkrijgen en ik heb geen idee hoe ik de dood een handje moet helpen. Maar zelfs al zou ik wel weten hoe ik het beestje snel en pijnloos uit zijn lijden kan verlossen, zou ik het niet kunnen.

Ik pak mijn telefoon en bel de Dieren SOS: ‘Ik heb een zwaargewonde duif gevonden...’ ‘We komen eraan!’ Ik wikkel de duif in mijn sjaal en hou hem tegen mijn lijf onder mijn jas. Zijn pootje houdt hij stijf om mijn vinger geklemd. Hij ademt al wat rustiger. Als Moeder Natuur heeft besloten dat hij vandaag moet sterven, dan kan ik ervoor zorgen dat hij niet langer hoeft te lijden. Mijn gemoedsrust is gesust.

Foto: © Handboek Natuurfotografie|Fotograaf Edo van Uchelen

zondag 8 mei 2011

Doden voor de kijkcijfers


Heb jij je wel eens afgevraagd wat je zou doen als je samen met een schildpad op een eiland zonder voedsel zou belanden? Ik wel. Zou ik hem doodslaan tegen de enige boom die mijn eiland rijk is en zijn kop met mijn tanden van zijn lijf scheuren om hem vervolgens rauw naar binnen te schrokken? Of zou ik hem in mijn armen sluiten als gezelschapsdier en beste vriend en tegen hem aanpraten totdat magere Hein me uiteindelijk uit mijn lijden zou verlossen?

Laat ik het scenario aanpassen. Wat als ik niet alleen op dat eiland zit, maar met een groep mensen, die mij aanmoedigt en onder druk zet om de schildpad dood te maken? Wat als ik uit vrije wil op dat eiland zit, omdat ik meedoe aan een reality-programma? Zou ik ‘mijn’ schildpad doden, alleen maar omdat een programmamaker het zo bedacht heeft en mijn groepsgenoten het willen?

Als ik iemand een paar dikke naaktslakken uit mijn tuin voorschotel, en ik vraag hem ze op te eten, dan is de kans groot dat hij me aankijkt en zegt: ‘Ja, duh...!’ Maar als ik het de ‘beruchte eetproef’ noem en ik beloof hem immuniteit in een spelletje, dan zal hij waarschijnlijk zonder tegenstribbelen - al dan niet kokhalzend - zijn tanden in de beestjes zetten.

Onder het mom van overleven is blijkbaar alles geoorloofd. In de never-ending serie Expeditie Robinson zijn ontelbare levende schepsels omgebracht, dan wel levend verorberd. Niet omdat de kandidaten zonder de proteïnen van lillende levensvormen, starende vissenogen of hersenen van ondefinieerbare oorsprong dood zouden omvallen. Nee, vooral omdat zij ‘hun grenzen aan het verleggen zijn’. Ze zijn stoer en stoere mensen laten zich niet kennen. Als daarbij dan wat bloed moet vloeien, ach ja...

‘Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen’, zegt artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Dit artikel geldt voor alle Nederlanders, dus ook voor programmamakers, BN’ers en Echte Meisjes. Dit artikel maakt de code die de Dierenbescherming wil voor de omroepen over het omgaan met dieren naar mijn idee overbodig.

Wetten en codes ten spijt, verwacht ik dat we nog lang niet af zijn van dierenmishandeling op de buis. De kijkcijfers zijn alles, mensen blijven nu eenmaal groepsdieren en groepsdruk is een machtig wapen. Het ergste wat een sociaal dier kan overkomen, is uitsluiting. Daarom vermoorden Echte Meisjes kippen en eten bekende en minder bekende landgenoten levende kokoswormen. ‘Stoer’ zijn is nu eenmaal van levensbelang. Het is treurig, maar waar.

dinsdag 8 juni 2010

Schokkende beelden


Jarenlang hebben ze mijn dromen bevolkt, gorilla’s die elkaar bij de voeten grepen om daarna elkaars hoofd net zo lang op de harde vloer te beuken tot ze vierkant waren. Het was een film, speciaal uitgezocht voor de feestavond van de groep jongste gymnastjes van mijn gymclub ‘Oefening Kweekt Kracht’. Een jaar of vijf moet ik zijn geweest. De beelden ‘zie’ ik allang niet meer, maar ik ben nooit vergeten hoe het voelde, de angst en de paniek als de vierkante gorillahoofden mij in mijn slaap kwamen opzoeken.

Ik begrijp de moeders die protesteerden tegen het spuit-in-oog-van-konijn-spotje van de Dierenbescherming dan ook helemaal. Dat ze de beelden te angstaanjagend vonden voor jonge kinderen. Ik ben al even geen vijf meer, maar ook ik kon het spotje maar nauwelijks aanzien. Er komt geen druppel bloed aan te pas en het gaat niet eens om levende dieren. Net als in mijn 'gymfeestfilm'...

Schokkende beelden. Als je ze eenmaal hebt gezien, is geen weg meer terug. Ze staan op je netvlies gebrand; de bijbehorende emoties geëtst in de kronkelige, chemische paden van het brein. Nog jaren later kunnen ze je opeens overvallen in je slaap, of je uit het niets bespringen als je wakker bent. Nee, voor mij is een waarschuwing bij een nieuwsbericht of een filmpje dat ‘het volgende schokkende beelden bevat...’ beslist geen uitnodiging om te kijken, maar een signaal om onmiddellijk op iets gemoedelijkers over te schakelen.

Waar ligt de grens? Kunnen we gruwelijke praktijken wel aan het licht brengen zonder gebruik te maken van schokkende beelden? Kunnen we anderen overtuigen dat er iets moet veranderen zonder misstanden in al hun ijzingwekkende verschrikking te laten zien? Hoeveel (dieren)leed kan een mens aanzien voordat hij afstompt of zijn ogen – uit zelfbescherming – voor altijd sluit voor de boodschap? Ik moet het antwoord schuldig blijven.

zondag 16 mei 2010

Kopieergedrag


Verantwoord baasjesschap, het is een van de doelen waar LDN zich voor inzet. En wij niet alleen. Vele andere organisaties houden zich bezig met voorlichting zodat baasjes to be weten waar ze aan beginnen als ze een huisdier nemen. Bij de Dierenbescherming kunt u testen of u geschikt bent als baasje, de Sophia-Vereeniging voert actie op Marktplaats, zodat er geen te jonge kittens verhandeld worden en het LICG heeft zelfs een hele week voor het huisdier ingeruimd, met het thema ‘Een huisdier, iets voor jou?’.

Alle acties en campagnes te spijt, zijn er nog steeds veel te veel mensen die dieren aanschaffen die niet bij hun levensstijl passen, waarvoor ze het geld of de tijd niet hebben of waarmee ze domweg niet weten om te gaan. Hét recept voor gedragsgestoorde beestjes, wanhopige baasjes en overvolle asielen. En dan is er nog een onuitroeibaar fenomeen dat steeds weer de kop op steekt en waartegen geen voorlichtingskruid opgewassen lijkt te zijn: de neiging van mensen om elkaar na te doen.

Obama kreeg een Portugese Waterhond en de rest van de wereld wilde er ook eentje. Chihuahua Tinkerbell verwierf wereldfaam en geen enkele zichzelf respecterende Paris Hilton lookalike ging nog de straat op zonder een identiek hondje in bijpassende tas. Het stopt ook niet bij honden: de teacup pigs waren niet meer aan te slepen nadat David en Victoria Beckam ermee in de bladen stonden.

Het is mij een raadsel waarom iemand per se een bepaald dier willen hebben, alleen maar omdat iemand anders er al eentje heeft. Het brengt je vast niet dichter bij machtige wereldleiders of Amerikaanse socialites. Daarbij gaat het vrijwel altijd om speciaal gefokte ‘rasdieren’. Zelf zie ik het liefst vuilnisbakkies. Qua uiterlijk lijken ze nergens op en dat maakt ze volkomen uniek, maar dat is waarschijnlijk een tikkie té origineel voor modebewuste kopieerders en hippe trendvolgers.