Flappie moet wel het bekendste konijn van Nederland zijn. Wie kent hem niet? Elk jaar tussen 5 en 25 december, komt hij meerdere malen per dag tot leven, om binnen 4 minuten te worden afgeslacht. En dat al vijftig jaar lang. Ach...
Het was sowieso een zielig beestje. Uit meneer Youps verhaal op te maken, sleet hij zijn leventje alleen in een hokje in de achtertuin van de familie. De Kerst van 1961 maakte in ieder geval een einde aan zijn eenzaamheid.
Hoe Van ’t Hek senior Flappie van het leven beroofde vertelt het verhaal niet. Kreeg hij een ferme klap rond de oren en sneed vader daarna zijn hals door? Of sloeg hij hem met een knuppel het donzige koppie in, zoals een Dordtse leraar eens demonstreerde voor een klas leerlingen?
Hoe dan ook, Flappie had een prettiger leven dan zijn meer vlezige soortgenoten. De vleeskonijnenindustrie is waarschijnlijk de meest dieronvriendelijke sector in Nederland. (Nou ja, misschien afgezien van de bontfokkerij dan.)
Het leven van een vleeskonijn bestaat uitsluitend uit lijden. Veel dieren overleven de draadgazen hel van de fokkerij niet eens. Weten ze wel tien weken in leven te blijven, dan mogen ze op een lang, uitputtend transport naar België of verder. Voor veel konijnen een dodenrit.
De beesten die de slachterij levend bereiken, worden getrakteerd op elektrocutie, waarna hun hals wordt doorgesneden. Zelfs een pijnloze en snelle dood is hen niet gegund. De beste reden voor dierenvrienden om zich verre te houden van hun gebraden boutjes en ruggetjes.
Veel Nederlanders eten nooit konijn. Maar hoeveel Flappies verdwijnen er haast ongemerkt in de magen van hun poezelige huisgenoten? Een klein onderzoekje bij het diervoerderschap wijst uit dat bijna alle merken konijnenvlees voeren. Meestal verstopt in vrolijk uitziende ‘variatiepacks’, tussen zakjes kip en tonijn.
Nee meneren en mevrouwen van Kitekat, Whiskas, Sheba en wat dies meer zij, al maken jullie de verpakkingen nog zo fleurig en uitnodigend, zo’n leedmaal schotel ik ook mijn Basje niet voor.
Posts tonen met het label bio-industrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bio-industrie. Alle posts tonen
donderdag 12 juli 2012
Bij de konijnen af
Labels:
Bas,
bio-industrie,
Flappie,
kattenvoer,
konijnen,
konijnenvlees
woensdag 31 augustus 2011
Back to the start
Labels:
bio-industrie,
duurzame veeteelt,
megastallen
maandag 28 maart 2011
Brabants beerput

‘Vroeger hadden we 10 procent minder varkens, met hetzelfde aantal medewerkers... ,’ zegt boer Hoeven uit Oirschot zichtbaar trots. Vijftigduizend biggen per jaar produceert hij nu, maar hij wil dolgraag nog een megastal bouwen met eenzelfde productie. Met lichtjes in zijn ogen en een brede glimlach laat hij zien wat de fokzeugen in zijn nieuwe stal te wachten staat.
Biggenmachine
Hij toont de ‘kringloop’ van de zeug op een bouwtekening aan de muur. Hij spreekt enthousiast over de dragendezeugenstal, de kraamafdeling, de dekstal. Het leven van een dier gereduceerd tot een van minuut tot minuut gereguleerde biggenmachine. Totdat ze uitgebaard is. Dan gaat ze op de vrachtwagen naar het slachthuis. Het zal de eerste keer in haar leven zijn dat ze iets anders ziet en voelt dan stalen hekken, metalen roosters en beton. Op de valreep daglicht en frisse lucht voordat ze bedwelmd wordt met CO2.
Stank
De burgers en buitenlui klagen. Het leefklimaat in de buurt van de varkenshouderijen is zeer slecht. Het stinkt en hun huizen zijn onverkoopbaar geworden. Stallen worden tegenwoordig in hectaren gemeten. Tegelijkertijd wordt er in de politiek gesteggeld over woorden. Hoe groot is mega? Noem je het een megastal als hij zo groot is als een tennisbaan of pas bij de afmeting van een voetbalveld? Ondertussen stampen de boeren de ene na de andere (al dan niet mega)stal uit de grond.
Verliezers
Ik kan me de frustratie en het chagrijn van de klagende burgers goed voorstellen. Ik zou voor geen goud naast zo’n vleesfabriek willen wonen. ‘Het is een ongelijke strijd’ is de conclusie van het Zembla-programma ‘Het stinkt in Brabant’. Invloedrijke boeren gaan hun gang met toestemming van de overheid en de burgers hebben het nakijken.
Maar de grootste verliezers in dit verhaal zijn toch echt de varkens.
Labels:
bio-industrie,
Brabant,
megastal,
varkens,
Zembla
woensdag 26 januari 2011
Geknipt!

Vegetariërs maken een enorme denkfout
Stoppen met vlees eten als protest tegen dierenleed is dom. Het gaat er namelijk niet om of het dier voor je wordt gedood, maar hoe het heeft geleefd.
Dat betoogt Jenna Woginrich, voormalig vegetariër en nu een biologische boer, vandaag in The Guardian.
Wie maakt er hier een denkfout?
Vegetariërs zijn dus een beetje dom vindt Jenna Woginrich. Zij kopen geen vlees en daarom hebben zij juist géén invloed op de leefomstandigheden van productiedieren. Deze redenering lijkt mij op meerdere punten mank gaan.
Ten eerste gaat zij voorbij aan de enorme gevolgen die de bio-industrie heeft voor maatschappij, natuur, milieu en volksgezondheid. De kosten daarvan zijn niet verwerkt in de vleesprijs, maar worden afgewenteld op de maatschappij als geheel, inclusief de honderdduizenden vegetariërs die ons land telt. Dat geeft vegetariërs dus zeker recht van spreken.
Ten tweede, als je haar redenering doortrekt, mag je geen mening over een product hebben tenzij je het eerst koopt. Ik moet dus eerst bont aanschaffen voor ik antibont mag zijn of foute koffie kopen voordat ik een mening mag hebben over uitbuiting.
Ten derde vind ik het argument dat de vleesindustrie geen boodschap heeft aan dierenwelzijn treurig. Boeren verdienen hun inkomen dankzij hun dieren. Is het niet hun verantwoordelijkheid om deze dieren een levenswaardig bestaan te geven? Het lijkt mij iets te gemakzuchtig om de verantwoordelijkheid voor de misstanden in de bio-industrie geheel bij de consument te leggen.
Ten slotte is de stelling ‘Als wreedheid slecht voor de handel is, dan zal de handel simpelweg veranderen’, discutabel. Dieren zijn geen paperclips, maar wezens met behoeftes en emoties. Dat wreedheid tegen dieren acceptabel is zolang de handel daarbij floreert, is een afschrikwekkende gedachte. Dan ben ik maar liever een beetje dom.
Labels:
bio-industrie,
Dierenwelzijn,
Jenna Woginrich,
vegetarisme,
vlees
woensdag 29 december 2010
Shit!

Terwijl de Nederlandse overheid zich graag voordoet als het beste jongetje (of is het meisje?) van de Europese klas, heeft zij voor het derde jaar in rij de EU-richtlijnen voor mestproductie overschreden. De veestapel in ons land produceert jaarlijks 70 miljard kilo mest, wat resulteert in zo’n 175 miljoen kilo fosfaat. Dat is geen mestberg, maar een Mount Everest.
Zou het iets met het aantal dieren in de vee-industrie te maken hebben vraag ik mij af? Moeten we niet eens iets gaan doen aan de productiekant? Nee, vond de vorige minister. De oplossing ligt in de verwerking van de mest. Ze besloot dan ook om nieuwe mogelijkheden voor mestverbranding, verwerking voor energieopwekking en de export van het overschot te stimuleren (= subsidiëren?). Als we dat beter gaan doen, dan kunnen er best nog ‘4 miljoen kippen en 75.000 varkens bij’, vond ze.
Nu denkt staatssecretaris Bleker een nieuw ei van Columbus gevonden te hebben: ander voer. Als we nu maar ander diervoeder gaan gebruiken, dan leidt dat tot minder fosfaatopname en een vermindering van de fosfaatproductie met 10 miljoen kilo, verwacht hij. Mocht hij gelijk krijgen, dan liggen de vergunningen voor nog meer megastallen al klaar. Landbouworganisaties zien zelfs een gouden toekomst voor het mestoverschot. ‘Het buitenland staat te springen om het “bruine goud” van de Nederlandse bio-industrie’, zo beweren zij.
De overheid blijft zoeken naar technologische schijnoplossingen die het mestoverschot moeten beperken zodat de sector kan blijven groeien. Regels zijn er tenslotte om opgerekt of ontdoken te worden nietwaar? Ondertussen worden we jaarlijks bedolven onder miljarden kilo’s shit. Shit die ons land verzuurt, ons grondwater vergiftigt, de kwaliteit van ons drinkwater ernstig bedreigt en de natuur onherstelbaar verandert.
Uiteindelijk is er maar een échte oplossing, en dat is het drastisch verkleinen van de veestapel. Maar dat klinkt de CDA-minister en staatsecretaris waarschijnlijk in de oren als vloeken in de kerk.
Labels:
bio-industrie,
Bleker,
mestoverschot,
Verburg
woensdag 23 juni 2010
Drumsticks ‘Nepali style’

Het was in een piepklein restaurantje ergens halverwege de Annapurna Circuit-trek in Nepal, niet ver van de Thorung-La pass, dat een Nederlander een onbedwingbare trek kreeg in een gebraden kippenpootje. Na een dagenlang rantsoen van dahl bhaat leek hem dat een smakelijk hapje. De eigenaresse van het restaurant plukte een rondscharrelend kippetje van het erf en nam het mee naar de keuken om de bestelling te gaan klaarmaken. De Nederlander bleef geschokt achter. Het was toch helemaal niet zijn bedoeling geweest dat er een echte, levende kip vermoord zou worden!
Mijn leven loopt over van de morele dilemma’s, maar dit zal mij gelukkig niet overkomen. Ik eet al decennialang noch vlees, noch vis. Wellicht heeft het bezoek aan een varkensboer en een kippenlegbatterij in mijn middelbareschooltijd er iets mee te maken gehad, maar ik heb al heel jong een besluit genomen: Als ik niet kan aanzien hoe mijn gebraden kip-to-be moet leven en ik niet bereid ben om in principe het beestje in de ogen te kijken voor het geslacht wordt, dan heb ik niet het recht het te eten.
Mijn wereldreizigersdagen zijn allang vervlogen, maar deze gebeurtenis zal ik waarschijnlijk nooit vergeten. Ik vond (en vind!) het onbegrijpelijk als een volwassene niet weet dat het vlees op zijn bord ooit op pootjes door het – meestal ultrakorte en miserabele – leven strompelde. Bovendien leek het leven van de kip in kwestie me best aangenaam. Dus mocht ik ooit de ontembare lust voelen om een kippetje te verorberen, dan zou een scharrelkip Nepali style zeker in aanmerking komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
