‘De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht’
Mahatma Gandhi (1869-1948)
vrijdag 6 augustus 2010
zondag 1 augustus 2010
Bloed en zand

Fantastisch dierenwelzijnnieuws deze week! Op het zand van de enige nog in gebruik zijnde arena van Catalonië, La Monumental, zal binnenkort geen stierenbloed meer vloeien. Op 1 januari 2012 komt er in de autonome Spaanse regio een eind aan de geritualiseerde dierenkwelling die stierenvechten heet. Catalonië volgt daarmee het voorbeeld van de Canarische Eilanden, waar deze vorm van marteling bijna twintig jaar geleden al werd verboden.
Het verbod betekent missione [genade] voor de ongeveer honderd Catalaanse vechtstieren die elk jaar het leven laten in deze arena in Barcelona, ter vermaak van meest buitenlandse toeristen die wat Spaanse ‘cultuur’ willen opsnuiven. Zij verwachtten een cultureel schouwspel van kunst, dans en machismo; ze zagen een twintig minuten durende doodstrijd van een groot en machtig dier.
De beslissing van het Catalaanse parlement betekent niet alleen een grote overwinning voor de dierenbeschermingsorganisaties, waaronder het Spaanse Prou! [Genoeg!], die 180.000 handtekeningen hadden ingezameld om een verbod in het parlement in stemming te brengen. Het is ook het beste bewijs dat dierenbeschermers overal ter wereld, door gebruik te maken van burgerinitiatieven en petities, een einde kunnen maken aan eeuwenoude gebruiken die bol staan van het dierenleed.
Labels:
Catalonië,
La Monumental,
Prou,
stierenvechten verbod
zaterdag 24 juli 2010
Varkentjes in nood

In een eerder leven vertelde ik mijn verhaaltjes met verf. Ik schilderde over reizen in verre buitenlanden, maar ook over menselijke emoties. Mijn schilderijen waren regelmatig te zien in galeries en ziekenhuizen en af en toe gaven ze de broodnodige kleur aan saaie bedrijfsrestaurants. Eén keer moest ik na een week mijn schilderijen alweer gaan ophalen, toen een paar mensen bij de baas hadden geklaagd dat hun boterhammetje ineens minder lekker smaakte bij de aanblik van een serie schilderijen over mensen en oorlog. Vooral het schilderij 'Onmacht' bleek te intens voor de magen van enkele medewerkers. Begrijpen deed ik het niet, maar ik was er trots op dat ik er blijkbaar in was geslaagd om diepe emoties te vertalen in beelden.
Het gebeurde jaren geleden, maar de herinnering kwam weer bovendrijven toen ik krantenartikelen tegenkwam over 'kwetsende biggetjes'. Als ik heel diep nadenk over waar ik liever niet naar kijk als ik in de wachtkamer van een ziekenhuis zit, kan ik heus wel een paar voorbeelden verzinnen, maar kleurige - haast kinderlijke - schilderijtjes van biggen horen daar zeker niet bij. Voor gisteren zou ik gedacht hebben dat het onmogelijk zou zijn om ook maar één persoon te vinden die zich daar beledigd door zou kunnen voelen. Maar ik had het mis. Er was er toch eentje. In Leerdam of all places.
Het was niet dat de gevoelige ziel zelf iets had tegen felroze biggetjes, maar omdat zijn of haar islamitische medeburgers daar wel eens aanstoot aan zou kunnen nemen. De ‘klacht’ veroorzaakte grote paniek onder de leidinggevenden van de Lingepolikliniek, angstig als ze waren voor hordes moslims die bewapend met heilig vuur de wachtkamers zouden komen bestormen. De vrolijke varkentjes werden onmiddellijk en zonder pardon afgevoerd via de achterdeur.
Het gevaar voor onze vrijheden wordt niet gevormd door mensen die zich uit een diepgevoelde – en vooral persoonlijke – overtuiging door iets gekwetst voelen, maar door hen die uit een doorgeslagen politiekcorrectheid voor anderen bepalen waaraan zij aanstoot zouden moeten nemen.
woensdag 14 juli 2010
Aangehaald
‘There is a passion for hunting something deeply implanted in the human breast’
Charles Dickens (1812-1870)
Charles Dickens (1812-1870)
dinsdag 13 juli 2010
Walvisleed

Na de beschamende vertoning vorig jaar tijdens de milieutop in Kopenhagen, is pas ook de walvisconferentie in Adagir, Marokko jammerlijk mislukt. Zoals de gewoonte is bij dit soort toppen, werd er gepraat, gediscussieerd, onderhandeld en nog een beetje meer gepraat, terwijl de uitkomst van tevoren al vaststond. IJsland, Noorwegen en – vooral – Japan hadden de harpoenen allang weer uit het vet gehaald voor een volgende massaslachting.
Even voor de duidelijkheid: de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), de organisator van de conferentie, is niet opgericht om de walvisvaart te stoppen, maar om de jacht te reguleren om zo overbejaging (en uiteindelijk uitsterving) te voorkomen. Zo stelde de IWC in de jaren tachtig een tijdelijk verbod op de commerciële jacht (een moratorium) in. Jagen op walvissen mocht nog steeds, zolang het maar in naam van de wetenschap gebeurde.
IJverige wetenschappers hebben er sindsdien voor gezorgd dat de walvisvleesschappen van de Japanse en Noorse supermarkten (IJslanders zouden het vlees niet eens lusten!) nooit leeg raakten. Onder het verbod was zelfs jagen in beschermde walvisreservaten geen probleem. Zoals zo veel internationale verdragen bleek het moratorium in de praktijk een wassen neus.
Japan speelt het machtsspelletje het beste en houdt de rest van de wereld in een wurggreep. Wat zich tijdens de conferentie afspeelde laat zich nog het best vergelijken met het gedrag van een straatbende. Een of twee gewetenloze bullebakken ranselen een slachtoffer af dat zich niet kan verweren; een klein groepje opportunistische meelopers hebben zo hun eigen redenen om ook een paar klappen uit te delen. En de meerderheid kijkt zwijgend toe terwijl het slachtoffer langzaam doodbloedt.
Labels:
Greenpeace,
IWC-conferentie,
moratorium,
walvisjacht
dinsdag 6 juli 2010
Aangehaald
‘Hoewel de jagers door voortdurend op jacht te gaan en wild te eten, niets anders bereiken dan dat ze verdierlijken, menen zij dat ze het leven van een prins leiden’
Erasmus, uit: Lof der zotheid (1511)
Erasmus, uit: Lof der zotheid (1511)
Jaar van het wilde zwijn

Alle dieren verzamelden zich op een open plek in het hart van het grote dierenbos. ‘Heb je het al gehoord?’ Het getwitter en gekwetter was niet van de lucht. ‘Het everzwijn is dier van het jaar 2010 geworden!’ De dieren waren blij voor hun stoere, slimme vrienden. Ze hadden het verdiend. Ze waren het er al snel over eens dat er een groot feest moest komen, met de evers als stralend middelpunt. Opgewonden gingen ze op pad om de nodige voorbereidingen te gaan treffen.
Ondertussen waren voorbij de boomgrens de welgestelden en de mannen van stand bijeengekomen in het café op het dorpsplein. ‘Die vraatzuchtige wezens vreten onze akkers kaal’, riep de boer. ‘Dat ongedierte heeft mijn tuin omgewroet’ klaagde de vrouw van de dokter, ‘en ze zijn daarbij ook een gevaar op de weg!’ De familie Ever was te groot geworden, vonden ze allen. ‘Die lastpakken hebben zich weer niet gehouden aan de afgesproken geboortecijfers’, voegde de burgemeester er nog aan toe. De notabelen waren het er al snel over eens dat een dergelijke ongehoorzaamheid niet ongestraft kon blijven.
Onder het genot van menig borreltje werd er gedebatteerd, gedelibereerd, gewikt en gewogen. Maatwerk moest het worden. Het duurde niet lang of het lot van acht van elke tien zwijnen in het bos was bezegeld. Opgewonden spoedden de mannen zich naar huis. Er was werk aan de winkel! Messen moesten geslepen; geweren gepoetst en geolied tot ze blonken. Stiekem likten ze aan hun lippen bij de gedachte aan al die overheerlijke zwijnenboutjes die binnenkort hun dis weer zouden opluisteren.
Het was een paar dagen later en de avond van het grote feest was eindelijk aangebroken. Vol opwinding waren alle dieren, keurig gepoetst en gevlooid samengekomen in het hart van het grote dierenbos en begon het wachten op de eregasten, de dieren van het jaar 2010.
Labels:
afschot,
dier van het jaar 2010,
everzwijn,
Veluwe,
wildezwijnenjacht,
zwijn
dinsdag 29 juni 2010
Aangehaald
‘Wild animals never kill for sport. Man is the only one’
James Anthony Froude (1886)
James Anthony Froude (1886)
Oranjekoorts

Q-koorts, knokkelkoorts, vogelgriep en SARS, het zijn zomaar een paar voorbeelden van de ziektes die van dier op mens kunnen overslaan. Met ziektes die van mens op dier overspringen was ik minder bekend (hoewel ik uiteraard niet uitsluit dat ze bestaan), totdat de gevreesde en periodiek voorkomende Oranjekoorts een paar weken geleden opeens weer de kop opstak.
Oranjekoorts wordt veroorzaakt door een nog onbekend, maar hoogst besmettelijk virus dat zich uitsluitend van mens op mens verspreidt. Het beperkt zich meestal tot het voetbalminnende deel van de bevolking, maar eens in de zo veel tijd zijn ook mensen die zichzelf gewoonlijk niet tot de voetbal-lovers zouden rekenen er uiterst gevoelig voor.
Hoewel dieren de ziekte zelf niet kunnen oplopen, blijken ze niet immuun voor de bijeffecten ervan. Een van de meest recente slachtoffers is een zilvermeeuw. Of het dier ooit weer zal kunnen vliegen (toch niet onbelangrijk voor een vogel) is nog niet duidelijk. In ieder geval één koortslijder vond het een leuk idee om het onfortuinlijke dier oranje te verven.
Een andere vorm van ‘oranjegerelateerde’ dierenkwelling is vissen met beesies. Vooral de oranje exemplaren ‘blijken ideaal lokaas’ voor het vangen van roofvissen, las ik op topvisser.nl, een site met ‘leuke en nuttige’ weetjes over vissen. Nu vermoed ik dat een snoek het niet pijnlijker vindt om gespietst te worden door een haak mét beesie dan door een beesieloos exemplaar, maar het zal ongetwijfeld een aantal geïnfecteerden op ideeën brengen.
100% onschuldig is het oranjevirus dus zeker niet. Beesies zijn in ieder geval bijna niet meer te krijgen, dus we hoeven voorlopig niet te vrezen voor het voortbestaan van de inheemse snoek. En hoewel de oranjekoortsepidemie haar hoogtepunt nog niet lijkt te hebben bereikt, is het einde ervan gelukkig al wel in zicht.
woensdag 23 juni 2010
Aangehaald
‘De dieren lijden en hun gejammer vervult de lucht. De bossen vallen ten prooi aan vernietiging. De bergen worden opengescheurd voor de metalen die in hun aderen groeien. En de mens looft en prijst degenen die aan de natuur en aan de mensheid de grootste schade berokkenen’
Leonardo da Vinci (1452-1519)
Leonardo da Vinci (1452-1519)
Drumsticks ‘Nepali style’

Het was in een piepklein restaurantje ergens halverwege de Annapurna Circuit-trek in Nepal, niet ver van de Thorung-La pass, dat een Nederlander een onbedwingbare trek kreeg in een gebraden kippenpootje. Na een dagenlang rantsoen van dahl bhaat leek hem dat een smakelijk hapje. De eigenaresse van het restaurant plukte een rondscharrelend kippetje van het erf en nam het mee naar de keuken om de bestelling te gaan klaarmaken. De Nederlander bleef geschokt achter. Het was toch helemaal niet zijn bedoeling geweest dat er een echte, levende kip vermoord zou worden!
Mijn leven loopt over van de morele dilemma’s, maar dit zal mij gelukkig niet overkomen. Ik eet al decennialang noch vlees, noch vis. Wellicht heeft het bezoek aan een varkensboer en een kippenlegbatterij in mijn middelbareschooltijd er iets mee te maken gehad, maar ik heb al heel jong een besluit genomen: Als ik niet kan aanzien hoe mijn gebraden kip-to-be moet leven en ik niet bereid ben om in principe het beestje in de ogen te kijken voor het geslacht wordt, dan heb ik niet het recht het te eten.
Mijn wereldreizigersdagen zijn allang vervlogen, maar deze gebeurtenis zal ik waarschijnlijk nooit vergeten. Ik vond (en vind!) het onbegrijpelijk als een volwassene niet weet dat het vlees op zijn bord ooit op pootjes door het – meestal ultrakorte en miserabele – leven strompelde. Bovendien leek het leven van de kip in kwestie me best aangenaam. Dus mocht ik ooit de ontembare lust voelen om een kippetje te verorberen, dan zou een scharrelkip Nepali style zeker in aanmerking komen.
woensdag 16 juni 2010
Aangehaald
'Alle dieren behalve de mens weten dat de voornaamste plicht van het leven is ervan te genieten'
Samuel Butler (1612-1680)
Samuel Butler (1612-1680)
Azzaro-baasje

Mannen die lekker ruiken, daar heb ik een zwak voor. Ik ben niet zo thuis in de mannengeuren, maar Azzaro is een van de luchtjes waarvan ik zeker weet dat ik erop val. Gelukkig kom ik in het wild zelden Azzaro-mannen tegen, anders was mijn leven aanzienlijk gecompliceerder uitgepakt. Het baasje van Apie, ruikt ook lekker. Ik weet niet wie hij is, maar waarnaar hij ruikt weet ik wel omdat het rode monster – waar hij blijkbaar vaak en uitgebreid mee kroelt – zijn luchtje meebrengt.
Apie is de Houdini van de buurt. Het is een ADHD-kat van een jaar of twee van – waarschijnlijk – Abessijnse afkomst die niets wil weten van welke vorm van kattenetiquette dan ook. Hij is de schrik van de kattengemeenschap en een plaag voor de bijbehorende baasjes. Hij weet zelfs keukendeuren open te wrikken en Scarface’s splinternieuwe state-of-the-art magneetkattenluikje was een paar dagen na installatie al vakkundig opengebroken.
Hij wil zo graag in mijn logeerkamer slapen, dat hij alle obstakels op weg daar naartoe heeft weten te overwinnen. Ik vergeef het hem graag, mede omdat hij zo lekker ruikt, maar huisgenoot Scarface is erg gehecht aan zijn privacy. Is hij eindelijk na een levenlang huisloosheid bekeerd tot het binnenwonen, moet hij zijn comfortabele thuis delen met een gedragsgestoorde puber zonder manieren die ook nog eens geen enkel ontzag heeft voor zijn imposante postuur of indrukwekkende littekens.
Scarface heeft geleerd de rode indringer te negeren, maar ik weet zeker dat hij tijdens zijn veelvuldige slaapsessies droomt van een Aap-vrij universum. Zijn gebeden lijken door de godin der katten verhoord te worden want er staat sinds kort een ‘Verkocht’-bord in de tuin van Apies familie. Mijn logeerkamer zal binnenkort dus wel weer vacant zijn, maar ik weet nu al dat ik mijn mysterieuze Azzaro-man stiekem toch wel een beetje zal missen.
Labels:
Apie,
Azzaro-man,
katten,
kattenluik,
Scarface
dinsdag 8 juni 2010
Aangehaald
‘Our task must be to free ourselves... by widening our circle of compassion to embrace all living creatures and the whole of nature and its beauty’
Albert Einstein
Albert Einstein
Schokkende beelden

Jarenlang hebben ze mijn dromen bevolkt, gorilla’s die elkaar bij de voeten grepen om daarna elkaars hoofd net zo lang op de harde vloer te beuken tot ze vierkant waren. Het was een film, speciaal uitgezocht voor de feestavond van de groep jongste gymnastjes van mijn gymclub ‘Oefening Kweekt Kracht’. Een jaar of vijf moet ik zijn geweest. De beelden ‘zie’ ik allang niet meer, maar ik ben nooit vergeten hoe het voelde, de angst en de paniek als de vierkante gorillahoofden mij in mijn slaap kwamen opzoeken.
Ik begrijp de moeders die protesteerden tegen het spuit-in-oog-van-konijn-spotje van de Dierenbescherming dan ook helemaal. Dat ze de beelden te angstaanjagend vonden voor jonge kinderen. Ik ben al even geen vijf meer, maar ook ik kon het spotje maar nauwelijks aanzien. Er komt geen druppel bloed aan te pas en het gaat niet eens om levende dieren. Net als in mijn 'gymfeestfilm'...
Schokkende beelden. Als je ze eenmaal hebt gezien, is geen weg meer terug. Ze staan op je netvlies gebrand; de bijbehorende emoties geëtst in de kronkelige, chemische paden van het brein. Nog jaren later kunnen ze je opeens overvallen in je slaap, of je uit het niets bespringen als je wakker bent. Nee, voor mij is een waarschuwing bij een nieuwsbericht of een filmpje dat ‘het volgende schokkende beelden bevat...’ beslist geen uitnodiging om te kijken, maar een signaal om onmiddellijk op iets gemoedelijkers over te schakelen.
Waar ligt de grens? Kunnen we gruwelijke praktijken wel aan het licht brengen zonder gebruik te maken van schokkende beelden? Kunnen we anderen overtuigen dat er iets moet veranderen zonder misstanden in al hun ijzingwekkende verschrikking te laten zien? Hoeveel (dieren)leed kan een mens aanzien voordat hij afstompt of zijn ogen – uit zelfbescherming – voor altijd sluit voor de boodschap? Ik moet het antwoord schuldig blijven.
Abonneren op:
Posts (Atom)