‘Bull fighting is not a sport. It was never supposed to be. It is a tragedy’
Ernest Hemingway (1899-1961)
donderdag 19 augustus 2010
'Mooie' dood?

Men neme een jong dier. Je geeft hem dagelijks lekker en gezond voer en laat hem naar hartenlust buiten spelen. Het dier heeft een fijne jeugd en groeit op tot een prachtig en door en door gezond beest. En als hij dan groot genoeg gegroeid is en in de kracht van zijn leven, maak je hem dood. Niet omdat je zijn vlees nodig hebt en ook niet snel en humaan. Nee, je gebruikt een eeuwenoud ritueel om hem langzaam maar o zo ‘kunstzinnig’ te doden. Het schouwspel van zijn doodsstrijd is zo indrukwekkend dat mensen er zelfs voor willen betalen om het te zien.
Zielig voor het dier zegt u? Welnee joh! Hij heeft toch een waanzinnig leven gehad? Hij heeft het best mogelijke voer gegeten en veel tijd in de buitenlucht doorgebracht. De dokter kwam zelfs langs, elke keer als hij iets mankeerde. Kortom: een mooier leven had hij zich niet kunnen wensen en menig productiedier zou jaloers op hem zijn. Zijn dood is een kunstwerk en hij die hem doodt een artiest.
Klinkt dit u logisch in de oren? Toch is het een van de argumenten die nog steeds in de strijd gegooid worden door voorstanders van stierenvechten en andere wrede fiesta’s. ‘Het dier heeft een mooi leven gehad.’ En dat geeft mij het volste recht om hem intens en langdurig te laten lijden op weg naar zijn dood.
Het wrange van overtuigingen is, dat als je ze maar vaak genoeg herhaalt, ze vanzelf waarheid worden.
woensdag 18 augustus 2010
Aangehaald
De natuur overtreedt nooit haar eigen wetten
Leonardo da Vinci (1452-1519)
Leonardo da Vinci (1452-1519)
Kaalslag

Er heerst een gevaarlijke en uiterst besmettelijke ziekte in mijn wijk die vooral de kop opsteekt in vakantietijd. De ziekte heeft inmiddels epidemische vormen aangenomen en lijkt niet meer te stuiten. Tuinen worden leeggerukt, planten en bomen ontworteld, die vervolgens gevoerd worden aan opengesperde en onverzadigbare groenbakmuilen. Het ruimen gebeurt met een passie alsof er een leger Oost-Aziatische boktorren opmarcheert naar de poorten van de buurt.
Geen sprietje mag er blijven staan. Dood aan het groen! Een paar dagen na de kaalslag arriveert er onveranderlijk een vrachtwagen met ettelijke kubieke meters zand en een pallet met – dit jaar meest – antracietkleurige betontegels of Chinees hardsteen. De tuintjes worden van voor naar achter, van links naar rechts bestraat. Meestal vindt een enkele pot met een per seizoen te vervangen plantje nog asiel in de grijze vlaktes.
Mijn natuur- en tuinlievende hart bloedt, want dit verschijnsel zal zich waarschijnlijk niet alleen in mijn buurt voordoen. Ik geef toe dat postzegels gerooid stadsgroen niet zo tot de verbeelding spreken als voetbalvelden aan gekapt tropisch bos, maar is het resultaat niet hetzelfde? Een levenloze woestijn van asfalt en beton rukt alsmaar verder op in onze binnensteden en Vinex-wijken.
Waar blijven Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds? Heeft de stadsnatuur dan helemaal geen bescherming nodig? Is de trend van de onderhoudsvrije betontuin überhaupt nog te stoppen? Namens de vogels, vlinders, egels en de rest van onze stedelijke flora en fauna doe ik snel een schietgebedje: Lieve wie u dan ook wezen mag. Kunt u ervoor zorgen dat de wilde tuin snel weer snel in de mode komt?
zondag 15 augustus 2010
Aangehaald
‘Er is een lang leven voor nodig om de gevolgen van de opvoeding geheel te boven te komen’
Jan Greshoff, Nederlands schrijver en letterkundige (1888-1971)
Jan Greshoff, Nederlands schrijver en letterkundige (1888-1971)
Schoolvakantie

'Dean! Hoe vaak heb ik nu al gezegd: NIET spetteren! Nog één keer en ik laat het badje leeglopen!' Ik neem een slok van mijn roseetje en glimlach. Een klein kind in een badje in de tuin zetten en het dan vertellen dat het niet mag spetteren, lijkt me net zo gedoemd te mislukken als dat je het zou opdragen niet meer te groeien. Het is een zomerse zondagmiddag, het is al wekenlang vakantie en de buurtkinderen brengen het grootste deel van hun dagen buiten door, al dan niet onder het toeziend oog van hun ouders.
Vakantie, de meeste mensen kijken er het hele jaar naar uit, maar eenmaal gearriveerd kan zij een grotere bron van stress zijn dan het werk. Mama’s en papa’s, ouders en kids, ze zijn 24 uur per dag tot elkaars gezelschap veroordeeld en dat leidt niet altijd tot harmonieuze taferelen. Als er al relatieproblemen bestonden, is de vakantie vaak hét moment dat emmers overlopen en scheidingsknopen worden doorgehakt. Ook de communicatie tussen ouders en kinderen verloopt na een paar weken vrij soms allesbehalve liefdevol.
Begrijp me goed: ik heb bewondering voor mensen die kinderen grootbrengen. Ik moeder alleen over katten en die schreeuwen niet als ze spelen en spetteren niet in poezenbadjes. Wat wel overeenkomt is dat zowel dieren als kinderen spiegelen hoe ‘de baas’ zich voelt. De stemming van de ouder slaat direct over op het kind. Is een kind druk en luistert het slecht, dan zou een ouder er dus goed aan doen om zélf een time-out te nemen om het eigen gedrag te corrigeren, maar in de hitte van de opvoedstrijd is dit vaak het laatste dat in een ouder zou opkomen.
‘Wel G...#$%^&*^%&. DEAN!!!’
Het is allang schoolvakantie en ik vraag me af hoeveel ouders (én kinderen) stiekem de dagen tellen tot het moment dat de schooldeuren weer opengaan. Ondertussen hopen poezelige huisgenoot Scarface en ik op een mooie en vooral stille nazomer.
Deze column is ook gepubliceerd in De Pers van 16 augustus 2010.
woensdag 11 augustus 2010
Aangehaald
‘Een sociaal dier is gedoemd de hele dag te kiezen. Nu eens moet hij het algemeen belang voor laten gaan, dan weer eens zijn eigen. Zo wordt elk dier een politicus’
Midas Dekkers
Midas Dekkers
Politiek dier

Terwijl veel Nederlanders zich nog op de camping vermaken met de Millenium Trilogie, gebruik ik de vrije uurtjes deze zomer om mijn hersencellen vol te pompen met meer educatieve lectuur. Ik heb voor dit doel zelfs een leesstoel aangeschaft, met eronder een stapeltje dieren-, (cultuur)psychologie- en dierenpsychologieboeken. Het eerste leesvoer dat ik op mijn splinternieuwe deckchair heb verorberd is Chimpanseepolitiek. Dat leek me gezien de in volle gang zijnde formatie een aardige keuze.
En boy, was het leerzaam! Ook in Burgers’ Zoo (toen nog minder modernistisch ‘Burgers Dierenpark Arnhem’ genoemd) werd eind jaren zeventig – de periode dat de gebeurtenissen in het boek plaatsvinden – volop politiek bedreven. Het eerste deel van het boek beschrijft twee machtswisselingen, waarin het vooral draait om het driemanschap Yeroen-Luit-Nikki. Door middel van wisselende allianties komen alle drie de dominante mannetjes een keer aan de macht, hoewel ze als leider niet allemaal even succesvol blijken.
Apen hebben geen blackberry’s en doen niet aan twitteren, ze kunnen zelfs niet praten, maar het politieke proces verschilt nauwelijks van wat we dagelijks bij Nova/Den Haag Vandaag kunnen aanschouwen. Ook zonder gadgets kun je imponeren, manipuleren en strategieën plannen. Met Chimpanseepolitiek heeft Frans de Waal een fascinerend verslag geschreven over coalitievorming met loyale en minder trouwe bondgenoten, machtstrijd en mannelijke dominantie. Politiek is ook voor onze chimpanseenichten en – vooral – -neven een uiterst serieuze aangelegenheid.
Ik heb altijd geloofd dat de verschillen tussen mens en dier (en dan zeker tussen ons en onze nauwste verwanten de chimpansees) vele malen kleiner zijn dan velen verkiezen te geloven. De Waal toont aan hoevéél we op elkaar lijken. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Toen Aristoteles de mens een politiek dier noemde, kon hij niet weten hoezeer hij in de roos schoot.’
Volgens de flaptekst raadde Newt Gingrich het boek aan als verplichte kost voor politici toen hij voorzitter was van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Misschien moeten de politieke dieren die het Binnenhof bevolken het boek snel ook nog even lezen, dan wordt er in de volgende regeringsperiode misschien eens echt werk gemaakt van dierenrechten en dierenwelzijn.
vrijdag 6 augustus 2010
Aangehaald
‘De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht’
Mahatma Gandhi (1869-1948)
Mahatma Gandhi (1869-1948)
zondag 1 augustus 2010
Bloed en zand

Fantastisch dierenwelzijnnieuws deze week! Op het zand van de enige nog in gebruik zijnde arena van Catalonië, La Monumental, zal binnenkort geen stierenbloed meer vloeien. Op 1 januari 2012 komt er in de autonome Spaanse regio een eind aan de geritualiseerde dierenkwelling die stierenvechten heet. Catalonië volgt daarmee het voorbeeld van de Canarische Eilanden, waar deze vorm van marteling bijna twintig jaar geleden al werd verboden.
Het verbod betekent missione [genade] voor de ongeveer honderd Catalaanse vechtstieren die elk jaar het leven laten in deze arena in Barcelona, ter vermaak van meest buitenlandse toeristen die wat Spaanse ‘cultuur’ willen opsnuiven. Zij verwachtten een cultureel schouwspel van kunst, dans en machismo; ze zagen een twintig minuten durende doodstrijd van een groot en machtig dier.
De beslissing van het Catalaanse parlement betekent niet alleen een grote overwinning voor de dierenbeschermingsorganisaties, waaronder het Spaanse Prou! [Genoeg!], die 180.000 handtekeningen hadden ingezameld om een verbod in het parlement in stemming te brengen. Het is ook het beste bewijs dat dierenbeschermers overal ter wereld, door gebruik te maken van burgerinitiatieven en petities, een einde kunnen maken aan eeuwenoude gebruiken die bol staan van het dierenleed.
Labels:
Catalonië,
La Monumental,
Prou,
stierenvechten verbod
zaterdag 24 juli 2010
Varkentjes in nood

In een eerder leven vertelde ik mijn verhaaltjes met verf. Ik schilderde over reizen in verre buitenlanden, maar ook over menselijke emoties. Mijn schilderijen waren regelmatig te zien in galeries en ziekenhuizen en af en toe gaven ze de broodnodige kleur aan saaie bedrijfsrestaurants. Eén keer moest ik na een week mijn schilderijen alweer gaan ophalen, toen een paar mensen bij de baas hadden geklaagd dat hun boterhammetje ineens minder lekker smaakte bij de aanblik van een serie schilderijen over mensen en oorlog. Vooral het schilderij 'Onmacht' bleek te intens voor de magen van enkele medewerkers. Begrijpen deed ik het niet, maar ik was er trots op dat ik er blijkbaar in was geslaagd om diepe emoties te vertalen in beelden.
Het gebeurde jaren geleden, maar de herinnering kwam weer bovendrijven toen ik krantenartikelen tegenkwam over 'kwetsende biggetjes'. Als ik heel diep nadenk over waar ik liever niet naar kijk als ik in de wachtkamer van een ziekenhuis zit, kan ik heus wel een paar voorbeelden verzinnen, maar kleurige - haast kinderlijke - schilderijtjes van biggen horen daar zeker niet bij. Voor gisteren zou ik gedacht hebben dat het onmogelijk zou zijn om ook maar één persoon te vinden die zich daar beledigd door zou kunnen voelen. Maar ik had het mis. Er was er toch eentje. In Leerdam of all places.
Het was niet dat de gevoelige ziel zelf iets had tegen felroze biggetjes, maar omdat zijn of haar islamitische medeburgers daar wel eens aanstoot aan zou kunnen nemen. De ‘klacht’ veroorzaakte grote paniek onder de leidinggevenden van de Lingepolikliniek, angstig als ze waren voor hordes moslims die bewapend met heilig vuur de wachtkamers zouden komen bestormen. De vrolijke varkentjes werden onmiddellijk en zonder pardon afgevoerd via de achterdeur.
Het gevaar voor onze vrijheden wordt niet gevormd door mensen die zich uit een diepgevoelde – en vooral persoonlijke – overtuiging door iets gekwetst voelen, maar door hen die uit een doorgeslagen politiekcorrectheid voor anderen bepalen waaraan zij aanstoot zouden moeten nemen.
woensdag 14 juli 2010
Aangehaald
‘There is a passion for hunting something deeply implanted in the human breast’
Charles Dickens (1812-1870)
Charles Dickens (1812-1870)
dinsdag 13 juli 2010
Walvisleed

Na de beschamende vertoning vorig jaar tijdens de milieutop in Kopenhagen, is pas ook de walvisconferentie in Adagir, Marokko jammerlijk mislukt. Zoals de gewoonte is bij dit soort toppen, werd er gepraat, gediscussieerd, onderhandeld en nog een beetje meer gepraat, terwijl de uitkomst van tevoren al vaststond. IJsland, Noorwegen en – vooral – Japan hadden de harpoenen allang weer uit het vet gehaald voor een volgende massaslachting.
Even voor de duidelijkheid: de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), de organisator van de conferentie, is niet opgericht om de walvisvaart te stoppen, maar om de jacht te reguleren om zo overbejaging (en uiteindelijk uitsterving) te voorkomen. Zo stelde de IWC in de jaren tachtig een tijdelijk verbod op de commerciële jacht (een moratorium) in. Jagen op walvissen mocht nog steeds, zolang het maar in naam van de wetenschap gebeurde.
IJverige wetenschappers hebben er sindsdien voor gezorgd dat de walvisvleesschappen van de Japanse en Noorse supermarkten (IJslanders zouden het vlees niet eens lusten!) nooit leeg raakten. Onder het verbod was zelfs jagen in beschermde walvisreservaten geen probleem. Zoals zo veel internationale verdragen bleek het moratorium in de praktijk een wassen neus.
Japan speelt het machtsspelletje het beste en houdt de rest van de wereld in een wurggreep. Wat zich tijdens de conferentie afspeelde laat zich nog het best vergelijken met het gedrag van een straatbende. Een of twee gewetenloze bullebakken ranselen een slachtoffer af dat zich niet kan verweren; een klein groepje opportunistische meelopers hebben zo hun eigen redenen om ook een paar klappen uit te delen. En de meerderheid kijkt zwijgend toe terwijl het slachtoffer langzaam doodbloedt.
Labels:
Greenpeace,
IWC-conferentie,
moratorium,
walvisjacht
dinsdag 6 juli 2010
Aangehaald
‘Hoewel de jagers door voortdurend op jacht te gaan en wild te eten, niets anders bereiken dan dat ze verdierlijken, menen zij dat ze het leven van een prins leiden’
Erasmus, uit: Lof der zotheid (1511)
Erasmus, uit: Lof der zotheid (1511)
Jaar van het wilde zwijn

Alle dieren verzamelden zich op een open plek in het hart van het grote dierenbos. ‘Heb je het al gehoord?’ Het getwitter en gekwetter was niet van de lucht. ‘Het everzwijn is dier van het jaar 2010 geworden!’ De dieren waren blij voor hun stoere, slimme vrienden. Ze hadden het verdiend. Ze waren het er al snel over eens dat er een groot feest moest komen, met de evers als stralend middelpunt. Opgewonden gingen ze op pad om de nodige voorbereidingen te gaan treffen.
Ondertussen waren voorbij de boomgrens de welgestelden en de mannen van stand bijeengekomen in het café op het dorpsplein. ‘Die vraatzuchtige wezens vreten onze akkers kaal’, riep de boer. ‘Dat ongedierte heeft mijn tuin omgewroet’ klaagde de vrouw van de dokter, ‘en ze zijn daarbij ook een gevaar op de weg!’ De familie Ever was te groot geworden, vonden ze allen. ‘Die lastpakken hebben zich weer niet gehouden aan de afgesproken geboortecijfers’, voegde de burgemeester er nog aan toe. De notabelen waren het er al snel over eens dat een dergelijke ongehoorzaamheid niet ongestraft kon blijven.
Onder het genot van menig borreltje werd er gedebatteerd, gedelibereerd, gewikt en gewogen. Maatwerk moest het worden. Het duurde niet lang of het lot van acht van elke tien zwijnen in het bos was bezegeld. Opgewonden spoedden de mannen zich naar huis. Er was werk aan de winkel! Messen moesten geslepen; geweren gepoetst en geolied tot ze blonken. Stiekem likten ze aan hun lippen bij de gedachte aan al die overheerlijke zwijnenboutjes die binnenkort hun dis weer zouden opluisteren.
Het was een paar dagen later en de avond van het grote feest was eindelijk aangebroken. Vol opwinding waren alle dieren, keurig gepoetst en gevlooid samengekomen in het hart van het grote dierenbos en begon het wachten op de eregasten, de dieren van het jaar 2010.
Labels:
afschot,
dier van het jaar 2010,
everzwijn,
Veluwe,
wildezwijnenjacht,
zwijn
Abonneren op:
Posts (Atom)