dinsdag 7 december 2010

Eigen soort eerst


‘Dieren zijn belangrijker dan mensen.’ ‘De mens doet er niet toe, op de wereld. Alleen dieren doen ertoe.’ Twee opvallende citaten van Paul Watson, de commandant van Sea Shepherd, uit een lang interview in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. De meeste mensen zullen het hartgrondig met hem oneens zijn. Mensen gaan voor dieren. Altijd!

Dat bleek ook uit de vele reacties die volgden op het kabinetsplan voor een speciale dierenpolitie. De tegenstanders van het plan laten zich grofweg verdelen in twee groepen, met in groep 1 de mensen die zich beroepsmatig met dierenbescherming bezighouden. (Het huidige systeem werkt toch prima?) Groep 2 gebruikt de een of andere versie van het argument: zouden we eerst niet eens de misstanden in de ‘mensenwereld’ aanpakken?

Vooral die tweede groep zal de uitspraken van Watson met afschuw lezen. Mensenleed is zo veel erger dan dierenleed! Kunnen we het geld niet beter besteden aan het bestrijden van kinderporno, misstanden op de werkvloer of – zoals D66-Kamerlid Gerard Schouw wilde – om gelovigen te beschermen? Eigen soort eerst! Of zoals Midas Dekkers al eens schreef: ‘Buiten onze soort zijn wij buitengewoon onredelijk en onbarmhartig.’

Ze vergeten dat dieren geen hulplijn kunnen bellen, niet van huis kunnen weglopen of de juffrouw inlichten. Mishandeling is mishandeling, ongeacht tegen wie of wat het is gericht en dieren- en mensenleed liggen vaak in elkaars verlengde. Er is bijvoorbeeld al vaker een duidelijk verband aangetoond tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling.

Het willen bestrijden van de ene vorm van geweld (mishandeling, verwaarlozing, enz.) en niet de andere, is een beschamend idee. Een beschaafde samenleving moet opkomen voor de belangen van iedereen die dat niet zelf kan, ongeacht de soort. Dieren behoren tot de meest weerlozen in ons midden en zij kunnen volgens mij wel wat extra bescherming gebruiken.

maandag 6 december 2010

Gorilla in Blijdorp


Wie tussen mens en dier een diepe kloof veronderstelt, blijft zitten met een woest landschap, want er zijn tien miljoen diersoorten die elk door hun kloven van de andere zijn gescheiden
Midas Dekkers

Foto: © B.J. de Jong http://infocast.nl

zondag 14 november 2010

Aangehaald

‘Terwijl dieren zich aanpassen aan de wereld om te overleven, veranderen mensen de wereld teneinde méér te zijn’
P. Freire

Jagerslatijn


Al mijmerend over de samenstelling van mijn kennissenkring, vraag ik mij af of ik ook jagers ken. Ik tel in gedachten diverse koopjesjagers, een of twee carrièrejagers en zelfs een enkele rokkenjager, maar mensen die dieren de dood in jagen, die ken ik niet. O ja, ik heb een verloren neef die zijn eigen steaks schiet in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.

Zou ik niet in de Randstad wonen, maar in Gelderland of Twente, dan zou de kans dat ik jagers zou kennen alweer een stuk groter zijn. Er zijn er tenslotte zo’n 28 duizend in Nederland; toch al gauw 1 op 590 inwoners.

Jagers zien zichzelf graag als ‘beschermers’ van de natuur. Omdat in ons land de wolf in de achttiende eeuw al vakkundig werd uitgeroeid, vervullen zij graag de vacature van toppredator. Zonder hun inzet zouden de wildpopulaties volledig uit de klauwen lopen. Dat de jacht processen in de natuur en het natuurlijke gedrag van de ‘prooi’dieren ingrijpend verandert is niet belangrijk.

Nederland telt veel meer jachtlustigen dan plaatsen waar gejaagd mag worden. Daarbij gaan jagers niet met pensioen en komen er wel steeds jonge jagers bij. Het jachttoerisme ligt dus voor de hand. Voor een bedrag van 899 euro mag je drie dagen lang onbeperkt zwijnen en roofwild over de kling jagen aan de andere kant van de grens bij Idar Oberstein en Hundsbach. Lunch, diner en overnachtingen inbegrepen.

Opvallend in dit verband is dat de laatste tijd opeens wel erg veel stemmen opgaan om preventief te gaan afschieten in de Oostvaardersplassen. ‘Je moet er toch niet aan denken dat die dieren aankomende winter van de honger creperen!’ Brengen ze gelijk ook nog wat op, want wild heeft een grote economische waarde.

Het zou toch zonde zijn, al die heerlijke heckrunderlapjes, konikpaardenworstjes en hertenbiefstukjes die daar zomaar liggen weg te kwijnen...

Met dank aan Marcel Vossestein voor de achtergrondinformatie

woensdag 10 november 2010

Aangehaald

'Het is echter duidelijk, dat in onze tijd het overdragen van positieve gevoelens steeds zwakker, zeldzamer en vluchtiger wordt; het wordt trouwens door de intellectuelen belachelijk gemaakt. Daarentegen is de overdracht van negatieve emoties buitengewoon krachtig, en wanneer die bekritiseerd wordt, doet men dat heel selectief. Overdracht van het negatieve vindt altijd een gunstig onthaal.'
René Girard, Franse letterkundige

zondag 7 november 2010

De Geit


Op mijn lijstje van meest favoriete dieren staat al sinds Dekkersheugenis De Kat op nummer 1, op de poot gevolgd door De Geit. Geiten zijn katten op hoeven; dezelfde eigengereidheid, dezelfde nieuwsgierigheid. Ik ben er dol op. Omdat het houden van een geit in de achtertuin niet erg praktisch is, heb ik een kat en ga ik ‘mijn’ geiten een paar keer per week bezoeken in het park.

Nell van restaurant De Gulle Waard in Winterswijk is ook dol op geiten. Slow gestoofd of gedroogd als ham. ‘Glorieus vlees’, volgens de recensent van de Volkskrant. Ik moet hem op zijn woord geloven, want zoals de meeste Nederlanders, heb ik nooit geit gegeten. Toch vreemd in een land waar de intensieve geitenhouderij al jaren explosief groeit. De ‘geitocide’ van vorig jaar heeft dan wel even roet in de geitenmelk gegooid, maar nu staatssecretaris Bleker het ‘levenslange’ fokverbod met jonge geiten gaat opheffen, is het weer back to business.

Die business is zuivel: geitenmelk en -kaas, niet geitenvlees. Maar er kan geen zuivel zijn zonder een regelmatige stroom babygeiten, en de helft daarvan zijn nu eenmaal jongetjes. Vele duizenden per jaar. De bokjes gelden als waardeloos restproduct en verdwijnen kort na hun geboorte naar een mesterij of in de vrachtwagen richting Zuid-Europa. Daar lusten ze er wel ham van, of kotelet.

Het transport van levende dieren door de hele Europese Unie is een van de meest dieronvriendelijke kanten van de bio-industrie. Wat te doen? De keuze komt neer op het wel gaan eten van De Geit, of het niet meer eten van de kaas van die geit, waarbij keuze 1 voor deze vegetariër uiteraard geen optie is. Maar misschien is een betere vraag of in een land waar er nauwelijks koks als Nell te vinden zijn überhaupt wel een intensieve geitenmelkindustrie thuishoort.

maandag 1 november 2010

Aangehaald

‘All animals are created equal, but some are more equal than others’
George Orwell, uit: Animal Farm

Gij zult niet doden


Het zesde gebod is niet het moeilijkste gebod van de tien om je aan te houden. Veruit de meeste mensen gaan door het leven zonder een medemens om te brengen. Ik moet bekennen dat ik er ooit wel moordlustige fantasieën op nahield, zeker waar het ging om een bepaalde (nu al jaren ex-)collega, maar om ze ook uit te voeren leek me toen niet zo’n goede carrièrezet.

Het naleven van het door mij ingestelde gebod 6a: ‘Gij zult ook geen dieren doden’ lukt ook heel aardig. Ik heb zelden moedwillig een dier gedood. Eten doe ik ze ook niet, want ook een dier laten doden zodat ik het kan opeten, valt onder nummertje 6a. Wilde ik vroeger in de lente nog wel eens een massaslachting aanrichten onder legers vraatzuchtige weekdieren in mijn tuin; tegenwoordig hebben zelfs slakken niets meer van mij te vrezen.

Op dit moment genieten nog niet alle ongewervelden bescherming onder het gebod. Muggen verdienen wat mij betreft de doodstraf als zij zich binnen de klamboe in mijn slaapkamer wagen. Wezens die mijn bloed, of nog erger dat van huisgenoot Scarface willen drinken, maken een grote moordzucht in mij wakker. ’s Avonds doorzoek zijn vacht met eenzelfde verbetenheid als waarmee mariniers het Tora Bora-gebergte uitkammen op zoek naar Bin Laden.

En krijg ik dan zo’n bloeddorstige creepy crawler te pakken, dan gooi ik hem met plezier in een bakje kokend water; iets wat ik een kreeft of garnaal nooit zou aandoen. Maar als ik moet kiezen tussen het welzijn van mijn maatje en het leven van een vlo, dan kies ik voor het eerste. Geen twijfel over mogelijk. Een bekering tot jaïnist zit er dus nog even niet in...

vrijdag 22 oktober 2010

Al te bont!?


Sinds een maand is kraken verboden in Nederland. Dit terwijl het nog niet zo lang geleden gezien werd als een heilige plicht om het grote maatschappelijke onrecht van leegstand te bestrijden. Politici mogen nu dingen roepen waarvoor ze 15 jaar geleden een veroordeling aan hun broek hadden gekregen. Wat acceptabel is of ongepast staat niet vast en met een veranderende tijdgeest kunnen gevoeligheden veranderen in ongevoeligheden en andersom.

Mode is per definitie veranderlijk, maar ook hier kan er sprake zijn van veranderende gevoeligheden. Dit geldt zeker voor bont. In de jaren tachtig/negentig was het dragen van bont uit den boze. Trotse bezitters van bontjassen konden zich alleen binnenshuis of op de meest elitaire gelegenheden in hun dierenvelletjes hullen. Op straat liep de bontdrager minimaal het risico om op zijn kledingkeuze te worden ‘aangesproken’. Bont dragen werd door de meerderheid gezien als not done.

Tijdens zijn recente wintershow showde Mart Visser diverse winterse creaties met bont. Alleen al met deze collectie is deze zelfbenoemde ‘materialenfreak’ in zijn eentje verantwoordelijk voor de wrede dood van honderden chinchilla’s. Toute bekend Nederland verdrong zich langs de catwalk om zich aan al dat prachtigs te vergapen.

Afgelopen zaterdag telde ik tot mijn schrik in de gauwigheid drie jassen met bontkragen in een – zeker niet trendy – Dordts café. Gesneden uit de ruggen van een van de honderden wasbeerhonden die een paar maanden geleden gedumpt werden langs de A2 wellicht?

Bont is ‘gewoon’ geworden en weinigen schamen zich er meer voor om het te dragen. Vele miljoenen dieren zijn dit jaar na een kort en miserabel leven op een uiterst pijnlijke wijze omgebracht om tegemoet te komen aan de nieuwe modetrend. Ontwerpers, fokkers, in- en verkopers, kopers en dragers wassen hun handen in onschuld. Bont is in de mode en de mode moet je volgen, toch? Hen treft geen blaam: de dieren zijn simpelweg slachtoffers van de tijdgeest.

vrijdag 8 oktober 2010

Kortafje

Zorgverzekeraars klinken steeds meer als politici. Je hoort alleen van ze als het tijd is om te kiezen en ze weten precies wat goed is voor mij, voor u en zelfs voor Nederland.

donderdag 7 oktober 2010

Aangehaald

‘Theorieën zijn altijd voorlopig. Ze kunnen nooit volledig “bewezen” worden, enkel gefalsifieerd’
Mark Van Hoecke

woensdag 6 oktober 2010

Stuur nú een brandmail aan de ChristenUnie


Dat nertsenfokverbod moet er komen!

Brabantse katten vogelvrij


De Provincie Noord-Brabant moet haar opdracht aan (hobby)jagers intrekken om alle ‘verwilderde’ huiskatten af te schieten. Het doodschieten van ‘verwilderde’ huiskatten is de zoveelste uitwas van het faunabeheer van de overheid. Wij vragen een ander beheer: zonder geweer.
Klik hier voor meer informatie over de petitie.

maandag 4 oktober 2010

Aangehaald

‘Wreedheid jegens dieren is één van de meest kenmerkende zonden van een gemeen en onedel volk’
Alexander von Humboldt

zondag 26 september 2010

TT-café


KortwegDekker verkeert niet vaak onder de mensen en al helemaal niet onder exemplaren van de onbekende soort. Dus toen Stadswandelaar mij vroeg om mee te gaan naar een TT-café, was ik daarvoor wel te porren. TT hoor ik je denken? Motoren, zij? Wees gerust, het café is niet eens bereikbaar over de weg, laat staan per motor.

Op de afgesproken tijd stond ik op een aanlegsteiger aan de rand van de Hollandse Biesbosch. Al snel verscheen de Heen en Weer Wolf met zijn schipper om de bocht in de rivier. Hij bracht ons naar het schiereiland aan de overkant, waar het natuurvriendenhuis ‘De Kleine Rug’ ligt. Dit is ook de plek waar het Transition Town Drechtsteden-zaadje moet ontkiemen, groeien en tot wasdom komen.

Naast de kruiden- en groentetuin, op een steiger op de scheiding tussen land en water, maakte ik kennis met een divers gezelschap. Gelijkgestemden die geïnteresseerd zijn in een gezondere en eerlijkere levensstijl. Mensen die vinden dat hun voetafdruk op deze aarde kleiner kan. Daar, onder het licht van een bijna volle maan, op de grens van zomer en herfst, genoot ik van de rivier, een glas wijn en inspirerende gesprekken.

Later die avond reed ik eindeloos rondjes in de wijk op jacht naar een parkeerplek. Uiteindelijk vond ik er vele straten verder een. Toen ik afsloot, zag ik een slak langzaam langs het bedauwde pantser van mijn bestelauto naar beneden glijden. Meegelift uit de Biesbosch. Terwijl ik me al verheugde op een volgend TT-café, is er voor hem geen weg terug. Hij zal zijn geluk in de stad moeten beproeven, als city slicker.



Transition Towns (TT’s) zijn lokale gemeenschappen (grote en kleine steden, dorpen, wijken, eilanden) die zelf aan de slag gaan om hun manier van wonen, werken en leven minder olieafhankelijk te maken. Piekolie en klimaatverandering zijn de belangrijkste drijfveren om in actie te komen voor verandering van onderop. TT’s werken aan oplossingen en laten zien hoe je die zelf organiseert. Het TT-concept doet een beroep op de eigen inzichten, wijsheid, creativiteit en ervaringen van gewone mensen en zijn gebaseerd op de kracht van de lokale gemeenschap.