woensdag 2 februari 2011

Fiffy's ogen


Ogen zijn de vensters van het hart en de spiegel van de ziel. En dat geldt zeker voor dieren. Je moet wel van gehard staal zijn of stekeblind om niet gevoelig te zijn voor de blik in de ogen van een dier dat lijdt. Een dier dat je aankijkt, terwijl hij al zijn pijn en ellende onversluierd in zijn ogen draagt... Opeens herinner ik me Fiffy’s ogen.

‘Wat dit chimpanseevrouwtje in haar veel te kleine kooi allemaal is aangedaan...’. Ik krijg het koud terwijl ik deze woorden alleen maar typ. ‘want ze was er slecht aan toe ...’. Fiffy’s ogen zijn diep ingebed in mijn geheugenkaart sinds de eerste keer dat ik ze zag in een filmpje van Stichting AAP.

Fiffy is het ‘gezicht’ van de airmilesactie van Stichting AAP. Haar bruine en o zo menselijke ogen, die zo treurig en argwanend door de tralies staren van de gevangenis waarin zij dertig jaar alleen zat opgesloten. Ze vinden nog elke keer als ik de beelden zie, feilloos als een precisiewapen, mijn hart. Wie kan haar in de ogen kijken en niet helpen om een eind te maken aan haar lijden en dat van haar soortgenoten?

Ik ben zeker niet de enige die reageerde op het filmpje. Al meer dan zeventigduizend mensen hebben de ogen van deze chimpansee over de spreekwoordelijke streep getrokken. Mensen die nu airmiles sparen, waardoor nog vele andere ‘Fiffy’s’ gered kunnen worden uit hun erbarmelijke levens. Een groot succes dus, al kan de stichting nog altijd meer spaarders gebruiken.

Nee, ik heb eigenlijk maar één probleem met de actie en dat is de bijgeleverde sticker met Fiffy’s ogen, die ik braaf op mijn airmilespas had geplakt. Ze bleven me maar droevig aanstaren, elke keer als ik de pas op een toonbank legde. Vanochtend heb ik de knoop doorgehakt en heb ik Fiffy’s ogen van mijn pas gepeld. Mijn schuldgevoel zal ik later wel afkopen, met een extra bezoekje aan de winkel.



PS: Fiffy leeft alweer bijna drie jaar lang en gelukkig in Almere, samen met haar mannen Jim, Julio en Freddy.

woensdag 26 januari 2011

Geknipt!


Vegetariërs maken een enorme denkfout
Stoppen met vlees eten als protest tegen dierenleed is dom. Het gaat er namelijk niet om of het dier voor je wordt gedood, maar hoe het heeft geleefd.
Dat betoogt Jenna Woginrich, voormalig vegetariër en nu een biologische boer, vandaag in The Guardian.


Wie maakt er hier een denkfout?

Vegetariërs zijn dus een beetje dom vindt Jenna Woginrich. Zij kopen geen vlees en daarom hebben zij juist géén invloed op de leefomstandigheden van productiedieren. Deze redenering lijkt mij op meerdere punten mank gaan.

Ten eerste gaat zij voorbij aan de enorme gevolgen die de bio-industrie heeft voor maatschappij, natuur, milieu en volksgezondheid. De kosten daarvan zijn niet verwerkt in de vleesprijs, maar worden afgewenteld op de maatschappij als geheel, inclusief de honderdduizenden vegetariërs die ons land telt. Dat geeft vegetariërs dus zeker recht van spreken.

Ten tweede, als je haar redenering doortrekt, mag je geen mening over een product hebben tenzij je het eerst koopt. Ik moet dus eerst bont aanschaffen voor ik antibont mag zijn of foute koffie kopen voordat ik een mening mag hebben over uitbuiting.

Ten derde vind ik het argument dat de vleesindustrie geen boodschap heeft aan dierenwelzijn treurig. Boeren verdienen hun inkomen dankzij hun dieren. Is het niet hun verantwoordelijkheid om deze dieren een levenswaardig bestaan te geven? Het lijkt mij iets te gemakzuchtig om de verantwoordelijkheid voor de misstanden in de bio-industrie geheel bij de consument te leggen.

Ten slotte is de stelling ‘Als wreedheid slecht voor de handel is, dan zal de handel simpelweg veranderen’, discutabel. Dieren zijn geen paperclips, maar wezens met behoeftes en emoties. Dat wreedheid tegen dieren acceptabel is zolang de handel daarbij floreert, is een afschrikwekkende gedachte. Dan ben ik maar liever een beetje dom.

maandag 24 januari 2011

Aangehaald

‘Van de manieren waarop wij de dingen zin geven in overeenkomst met het patroon van onze cultuur, is de manier waarop wij zin geven aan de relatie met dieren een van de meest fundamentele’
Rudy Kousbroek, uit: De aaibaarheidsfactor

ActieZwerfhonden


Huisgenoot en beste maatje Scarface is een zwerver. Wás een zwerver moet ik zeggen, want na acht jaar een krappe woning op het balkon bewoond te hebben, geniet hij nu alweer een jaar of wat van het binnenhuisbestaan. Hij heeft geluk gehad. Vele duizenden van zijn soortgenoten leven een zwervend bestaan. Als je het al een bestaan kunt noemen; in sommige provincies zijn ze zelfs vogelvrij.

Zwerfkatten hebben we in Nederland dus volop, maar roedels zwerfhonden zul je hier niet snel tegen het lijf lopen. Dat betekent niet dat Nederlanders geen honden dumpen. Integendeel. Het aantal op straat gevonden dieren neemt nog elk jaar schrikbarend toe. Het is dankzij ons goede asielsysteem dat deze dieren niet gedoemd zijn om levenslang op straat te blijven.

In het buitenland is dat wel anders. Je hoeft niet ver te reizen om geconfronteerd te worden met de kommer en kwel van zwerfdieren. Portugal, Spanje, Griekenland, Bulgarije, en dat is alleen nog maar in de EU. Ook Turkije heeft een gigantisch zwerfhondenprobleem, weet ook Linda Taal, initiatiefneemster van de Stichting ActieZwerfhonden.

Alleen al in Istanbul leven er naar schatting 100.000 honden op straat; een miljoen in heel Turkije. Acties van de gemeentes om de dieren te vergiftigen of te deporteren halen niets uit. Zoals gebeurt in alle populaties waarop gejaagd wordt, planten ze zich alleen maar sneller voort. Het doden van deze dieren is dus niet alleen wreed, het is ook nog eens hopeloos ineffectief.

Een betere en meer humane aanpak is het steriliseren en weer vrijlaten, de zogenaamde trap/catch, neuter and release-methode. Deze methode pakt het probleem bij de wortel aan: de voortplanting. Het is ook de aanpak die Taals stichting propageert en toepast. Maar er is meer nodig benadrukt ze. Het steriliseren verandert weinig aan het miserabele bestaan van de straatdieren.

Reden voor de stichting om zich intensief bezig te houden met educatie gericht op een mentaliteitsverandering bij de Turkse bevolking. Ook dieren verdienen respect en bovenal compassie. In een dergelijk 'klimaat' zullen niet alleen zij, maar ook de mensen met wie ze hun stukje aarde delen gedijen. En dat geldt zeker niet alleen voor Turkije.

maandag 10 januari 2011

Misdadige kunst


Dieren kunnen beter niet in handen van sommige wetenschappers vallen. De kans bestaat dat ze dan als proefdier eindigen. Maar ook bij kunstenaars zijn dieren niet altijd veilig. Performance-kunstenares Katinka Simonse wurgde haar eigen kat en maakte er een tasje van. Later dreigde ze tientallen kuikens levend te versnipperen en volgende week komt ze voor de rechter vanwege de mishandeling van 75 hamsters.

Ze is helaas niet uniek. Damien Hirst liet een tijgerhaai vangen en zette hem op sterk water. Zijn Costa Ricaanse collega Guillermo Habacuc Vargas maakte een tentoonstelling van de hongerdood van een straathond. De Deen Marco Evaristti bedacht the goldfish blender. Medelander Theo van Meerendonk smeerde achttien goudvissen in met verf en liet ze op doek spartelen totdat ze dood waren.

Dierenmishandeling als kunst; de kunstenaar als dierenbeul. Zelf zien ze het uiteraard anders. Ze verdedigen hun creatieve wreedheden met verklaringen als dat ze alleen de hypocrisie, de dubbele moraal van mensen willen laten zien. Ze willen slechts een statement maken en anderen aan het denken te zetten. Simonses doel bij de hamstermishandeling was ‘dat er wordt nagedacht over de manier waarop mensen met huisdieren omgaan’. Dat van de vrouw die haar eigen huisdier vilde.

Deze ‘kunstenaars’ martelden en doodden dieren voor hun eigen gewin, maar voelen zich superieur aan gewone stervelingen, die zij ook graag nog even wijzen op hun morele tekortkomingen. Je bestrijdt vuur niet met vuur en hypocrisie niet met hypocrisie. Of zoals een Engelse uitdrukking het mooi samenvat: Two wrongs don't make a right.

woensdag 29 december 2010

Shit!


Terwijl de Nederlandse overheid zich graag voordoet als het beste jongetje (of is het meisje?) van de Europese klas, heeft zij voor het derde jaar in rij de EU-richtlijnen voor mestproductie overschreden. De veestapel in ons land produceert jaarlijks 70 miljard kilo mest, wat resulteert in zo’n 175 miljoen kilo fosfaat. Dat is geen mestberg, maar een Mount Everest.

Zou het iets met het aantal dieren in de vee-industrie te maken hebben vraag ik mij af? Moeten we niet eens iets gaan doen aan de productiekant? Nee, vond de vorige minister. De oplossing ligt in de verwerking van de mest. Ze besloot dan ook om nieuwe mogelijkheden voor mestverbranding, verwerking voor energieopwekking en de export van het overschot te stimuleren (= subsidiëren?). Als we dat beter gaan doen, dan kunnen er best nog ‘4 miljoen kippen en 75.000 varkens bij’, vond ze.

Nu denkt staatssecretaris Bleker een nieuw ei van Columbus gevonden te hebben: ander voer. Als we nu maar ander diervoeder gaan gebruiken, dan leidt dat tot minder fosfaatopname en een vermindering van de fosfaatproductie met 10 miljoen kilo, verwacht hij. Mocht hij gelijk krijgen, dan liggen de vergunningen voor nog meer megastallen al klaar. Landbouworganisaties zien zelfs een gouden toekomst voor het mestoverschot. ‘Het buitenland staat te springen om het “bruine goud” van de Nederlandse bio-industrie’, zo beweren zij.

De overheid blijft zoeken naar technologische schijnoplossingen die het mestoverschot moeten beperken zodat de sector kan blijven groeien. Regels zijn er tenslotte om opgerekt of ontdoken te worden nietwaar? Ondertussen worden we jaarlijks bedolven onder miljarden kilo’s shit. Shit die ons land verzuurt, ons grondwater vergiftigt, de kwaliteit van ons drinkwater ernstig bedreigt en de natuur onherstelbaar verandert.

Uiteindelijk is er maar een échte oplossing, en dat is het drastisch verkleinen van de veestapel. Maar dat klinkt de CDA-minister en staatsecretaris waarschijnlijk in de oren als vloeken in de kerk.

dinsdag 7 december 2010

Aangehaald

‘Geen enkele maatschappij kan het goed gaan en gelukkig zijn, waarvan het grootste deel van de leden arm en ellendig is’
Adam Smith (Engels econoom, 1723-1790)

Eigen soort eerst


‘Dieren zijn belangrijker dan mensen.’ ‘De mens doet er niet toe, op de wereld. Alleen dieren doen ertoe.’ Twee opvallende citaten van Paul Watson, de commandant van Sea Shepherd, uit een lang interview in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. De meeste mensen zullen het hartgrondig met hem oneens zijn. Mensen gaan voor dieren. Altijd!

Dat bleek ook uit de vele reacties die volgden op het kabinetsplan voor een speciale dierenpolitie. De tegenstanders van het plan laten zich grofweg verdelen in twee groepen, met in groep 1 de mensen die zich beroepsmatig met dierenbescherming bezighouden. (Het huidige systeem werkt toch prima?) Groep 2 gebruikt de een of andere versie van het argument: zouden we eerst niet eens de misstanden in de ‘mensenwereld’ aanpakken?

Vooral die tweede groep zal de uitspraken van Watson met afschuw lezen. Mensenleed is zo veel erger dan dierenleed! Kunnen we het geld niet beter besteden aan het bestrijden van kinderporno, misstanden op de werkvloer of – zoals D66-Kamerlid Gerard Schouw wilde – om gelovigen te beschermen? Eigen soort eerst! Of zoals Midas Dekkers al eens schreef: ‘Buiten onze soort zijn wij buitengewoon onredelijk en onbarmhartig.’

Ze vergeten dat dieren geen hulplijn kunnen bellen, niet van huis kunnen weglopen of de juffrouw inlichten. Mishandeling is mishandeling, ongeacht tegen wie of wat het is gericht en dieren- en mensenleed liggen vaak in elkaars verlengde. Er is bijvoorbeeld al vaker een duidelijk verband aangetoond tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling.

Het willen bestrijden van de ene vorm van geweld (mishandeling, verwaarlozing, enz.) en niet de andere, is een beschamend idee. Een beschaafde samenleving moet opkomen voor de belangen van iedereen die dat niet zelf kan, ongeacht de soort. Dieren behoren tot de meest weerlozen in ons midden en zij kunnen volgens mij wel wat extra bescherming gebruiken.

maandag 6 december 2010

Gorilla in Blijdorp


Wie tussen mens en dier een diepe kloof veronderstelt, blijft zitten met een woest landschap, want er zijn tien miljoen diersoorten die elk door hun kloven van de andere zijn gescheiden
Midas Dekkers

Foto: © B.J. de Jong http://infocast.nl

zondag 14 november 2010

Aangehaald

‘Terwijl dieren zich aanpassen aan de wereld om te overleven, veranderen mensen de wereld teneinde méér te zijn’
P. Freire

Jagerslatijn


Al mijmerend over de samenstelling van mijn kennissenkring, vraag ik mij af of ik ook jagers ken. Ik tel in gedachten diverse koopjesjagers, een of twee carrièrejagers en zelfs een enkele rokkenjager, maar mensen die dieren de dood in jagen, die ken ik niet. O ja, ik heb een verloren neef die zijn eigen steaks schiet in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.

Zou ik niet in de Randstad wonen, maar in Gelderland of Twente, dan zou de kans dat ik jagers zou kennen alweer een stuk groter zijn. Er zijn er tenslotte zo’n 28 duizend in Nederland; toch al gauw 1 op 590 inwoners.

Jagers zien zichzelf graag als ‘beschermers’ van de natuur. Omdat in ons land de wolf in de achttiende eeuw al vakkundig werd uitgeroeid, vervullen zij graag de vacature van toppredator. Zonder hun inzet zouden de wildpopulaties volledig uit de klauwen lopen. Dat de jacht processen in de natuur en het natuurlijke gedrag van de ‘prooi’dieren ingrijpend verandert is niet belangrijk.

Nederland telt veel meer jachtlustigen dan plaatsen waar gejaagd mag worden. Daarbij gaan jagers niet met pensioen en komen er wel steeds jonge jagers bij. Het jachttoerisme ligt dus voor de hand. Voor een bedrag van 899 euro mag je drie dagen lang onbeperkt zwijnen en roofwild over de kling jagen aan de andere kant van de grens bij Idar Oberstein en Hundsbach. Lunch, diner en overnachtingen inbegrepen.

Opvallend in dit verband is dat de laatste tijd opeens wel erg veel stemmen opgaan om preventief te gaan afschieten in de Oostvaardersplassen. ‘Je moet er toch niet aan denken dat die dieren aankomende winter van de honger creperen!’ Brengen ze gelijk ook nog wat op, want wild heeft een grote economische waarde.

Het zou toch zonde zijn, al die heerlijke heckrunderlapjes, konikpaardenworstjes en hertenbiefstukjes die daar zomaar liggen weg te kwijnen...

Met dank aan Marcel Vossestein voor de achtergrondinformatie

woensdag 10 november 2010

Aangehaald

'Het is echter duidelijk, dat in onze tijd het overdragen van positieve gevoelens steeds zwakker, zeldzamer en vluchtiger wordt; het wordt trouwens door de intellectuelen belachelijk gemaakt. Daarentegen is de overdracht van negatieve emoties buitengewoon krachtig, en wanneer die bekritiseerd wordt, doet men dat heel selectief. Overdracht van het negatieve vindt altijd een gunstig onthaal.'
René Girard, Franse letterkundige

zondag 7 november 2010

De Geit


Op mijn lijstje van meest favoriete dieren staat al sinds Dekkersheugenis De Kat op nummer 1, op de poot gevolgd door De Geit. Geiten zijn katten op hoeven; dezelfde eigengereidheid, dezelfde nieuwsgierigheid. Ik ben er dol op. Omdat het houden van een geit in de achtertuin niet erg praktisch is, heb ik een kat en ga ik ‘mijn’ geiten een paar keer per week bezoeken in het park.

Nell van restaurant De Gulle Waard in Winterswijk is ook dol op geiten. Slow gestoofd of gedroogd als ham. ‘Glorieus vlees’, volgens de recensent van de Volkskrant. Ik moet hem op zijn woord geloven, want zoals de meeste Nederlanders, heb ik nooit geit gegeten. Toch vreemd in een land waar de intensieve geitenhouderij al jaren explosief groeit. De ‘geitocide’ van vorig jaar heeft dan wel even roet in de geitenmelk gegooid, maar nu staatssecretaris Bleker het ‘levenslange’ fokverbod met jonge geiten gaat opheffen, is het weer back to business.

Die business is zuivel: geitenmelk en -kaas, niet geitenvlees. Maar er kan geen zuivel zijn zonder een regelmatige stroom babygeiten, en de helft daarvan zijn nu eenmaal jongetjes. Vele duizenden per jaar. De bokjes gelden als waardeloos restproduct en verdwijnen kort na hun geboorte naar een mesterij of in de vrachtwagen richting Zuid-Europa. Daar lusten ze er wel ham van, of kotelet.

Het transport van levende dieren door de hele Europese Unie is een van de meest dieronvriendelijke kanten van de bio-industrie. Wat te doen? De keuze komt neer op het wel gaan eten van De Geit, of het niet meer eten van de kaas van die geit, waarbij keuze 1 voor deze vegetariër uiteraard geen optie is. Maar misschien is een betere vraag of in een land waar er nauwelijks koks als Nell te vinden zijn überhaupt wel een intensieve geitenmelkindustrie thuishoort.

maandag 1 november 2010

Aangehaald

‘All animals are created equal, but some are more equal than others’
George Orwell, uit: Animal Farm

Gij zult niet doden


Het zesde gebod is niet het moeilijkste gebod van de tien om je aan te houden. Veruit de meeste mensen gaan door het leven zonder een medemens om te brengen. Ik moet bekennen dat ik er ooit wel moordlustige fantasieën op nahield, zeker waar het ging om een bepaalde (nu al jaren ex-)collega, maar om ze ook uit te voeren leek me toen niet zo’n goede carrièrezet.

Het naleven van het door mij ingestelde gebod 6a: ‘Gij zult ook geen dieren doden’ lukt ook heel aardig. Ik heb zelden moedwillig een dier gedood. Eten doe ik ze ook niet, want ook een dier laten doden zodat ik het kan opeten, valt onder nummertje 6a. Wilde ik vroeger in de lente nog wel eens een massaslachting aanrichten onder legers vraatzuchtige weekdieren in mijn tuin; tegenwoordig hebben zelfs slakken niets meer van mij te vrezen.

Op dit moment genieten nog niet alle ongewervelden bescherming onder het gebod. Muggen verdienen wat mij betreft de doodstraf als zij zich binnen de klamboe in mijn slaapkamer wagen. Wezens die mijn bloed, of nog erger dat van huisgenoot Scarface willen drinken, maken een grote moordzucht in mij wakker. ’s Avonds doorzoek zijn vacht met eenzelfde verbetenheid als waarmee mariniers het Tora Bora-gebergte uitkammen op zoek naar Bin Laden.

En krijg ik dan zo’n bloeddorstige creepy crawler te pakken, dan gooi ik hem met plezier in een bakje kokend water; iets wat ik een kreeft of garnaal nooit zou aandoen. Maar als ik moet kiezen tussen het welzijn van mijn maatje en het leven van een vlo, dan kies ik voor het eerste. Geen twijfel over mogelijk. Een bekering tot jaïnist zit er dus nog even niet in...