maandag 12 december 2011

Scholekstermania

De Dordtse Kil III. De eerste keer dat ik er kwam was begin maart. Het was op een zondag en ik reed rond op het industrieterrein om uit te zoeken waar het kantoor van Dordt Centraal precies was. De ochtend erna moest ik daar zijn voor een sollicitatiegesprek. Verdwalen doe ik net zo gemakkelijk als autorijden, dus een grondige voorbereiding is geen overbodige luxe.

Het is een industrieterrein zoals je overal in Nederland vindt. Een grotendeels lege vlakte, doorkruist met wegen en hier en daar een plukje bedrijven en kantoren. De bouwplannen voor nieuwe bedrijfspanden in de kiem gesmoord door de crisis. Behalve werk, heeft niemand er iets te zoeken, dacht ik.

Ik kreeg de baan en in juni begon ik mijn baantje als journalist. De eerste dag dat ik aan ‘mijn’ bureau aan het raam zat, zag ik een haas voorbij huppelen. Een dag later een scholeksterkoppel (Haematopus Ostralegus). Elke werkdag zag ik de vogels met hun opvallende oranje snavels en roodomrande ogen rondscharrelen op zoek naar wormen. Het Stadsdepot, onze buur, houdt het grasveldje waarop ik uitkeek goed kort en daar houden ze van.

Nog meer hazen, aalscholvers en een keur aan vogels bevolkten mijn uitzicht, maar mijn favorieten waren toch de scholeksters. Ik had er nog nooit eerder een gezien. Er zijn wetenschappers die voorspellen dat dit prachtige dier binnen een jaar of tien zal uitsterven, terwijl ik iedere dag van ze mocht genieten.

Tot de dag dat er nog maar eentje was. Lang hoopte ik dat zijn wederhelft weer zou opduiken. Tevergeefs. Na een week of wat foerageerde het dier in stilte. Zijn voortdurende klagende geroep naar zijn maatje had niets uitgehaald.

Tijdens mijn laatste week op de redactie bleef het veldje achter het depot leeg. Ook de laatste scholekster was verdwenen. Voor ik na mijn allerlaatste werkdag in mijn auto stap, laat ik nog eenmaal mijn blik over het grasveld dwalen. Stiekem hoop ik dat hij vertrokken is naar nog groenere weiden. Ergens waar hij niet meer alleen hoeft te zijn.

zondag 20 november 2011

Ecologie vs economie


‘Ik ben geen natuurbarbaar’, zei staatssecretaris Bleker afgelopen vrijdag. Hij verdedigde zijn nieuwe Wet natuur. Hij is geen ecoloog of bioloog, maar hij weet zeker dat ‘burgers, boeren en bedrijven’ prima in staat zijn om zelf de natuur te beschermen.

‘Ik ben geen rechtse lul die overal asfalt wil’, zegt filosoof Bas Haring in de Volkskrant van zaterdag. Hij promoot zijn nieuwe boek Plastic panda’s. Hij is geen ecoloog of bioloog, maar hij weet het zeker: ‘het verdwijnen van soorten is niet zo erg voor de rest van de wereld’.

Van wie is de natuur eigenlijk? Van de overheid, van de boeren of van de jagers? Is de natuur van mij? Van jou? Van ons? Mag een projectontwikkelaar straks beslissen welke soort de moeite waard is om te beschermen en welke niet? Mag een jager uitmaken welk dier overlast geeft en dus moet sterven?

In het rijkste land van Europa is van ‘de oorspronkelijke verscheidenheid aan plant- en diersoorten voor 85 procent verloren gegaan. Nederland heeft na Malta het minste natuur en bos in heel Europa’, zegt Johan van de Gronden, filosoof en directeur van Wereld Natuur Fonds. Toch moeten we volgens de staatssecretaris de economie beschermen tegen de ecologie.

Wij zijn maar één soort’, zegt Matthijs Schouten, ‘maar we nemen ontzettend veel ruimte in beslag. Ik snap heel goed dat sommige boeren klagen over overlast van ganzen. Aan de andere kant: die gans is ook een levend organisme dat een plek zoekt. En wij hebben al zo veel plek ingenomen.’ Schouten is bioloog, filosoof en hoogleraar in Wageningen.

Mensen die met argumenten komen tegen al te bruuske bezuinigingen op natuur worden uitgemaakt voor mastodonten, linkse hobbyisten of voor elitaire intellectuelen’, weet Schouten. ‘In een beschaafde samenleving (...) moet ook dat wat niet kan concurreren op de markt gehoord worden. En daar moet ook naar dat wat zelf geen stem heeft, zoals de natuur, geluisterd worden.’

Ik ben geen politicus of filosoof. Noch ecoloog of bioloog. Ik ben een gewone Nederlander die het wél erg vindt dat er dier- en plantsoorten verdwijnen, om geen andere reden dan dat de politiek ze niet ‘nuttig’ vindt. Ik geef mijn stem aan de natuur en de dieren die erin leven. En jij?

Aangehaald

Politici worden namelijk geselecteerd op de lengte en smeerbaarheid van de woordenstromen die ze voortbrengen. Als gevolg hiervan hebben hun stembanden zich zo buitensporig ontwikkeld dat ze, net als indertijd de tanden van de sabeltandtijger, nog slechts tot last kunnen zijn. Dit mede omdat zo’n ontwikkeling altijd ten koste gaat van andere organen. Het gezichtsvermogen bijvoorbeeld is vaak gereduceerd tot een mollenblikje; een politiek waarnemer is haast een inwendige tegenspraak geworden. Als politici aan hun hypertrofie niet vanzelf uitsterven, roeien ze binnenkort elkaar wel uit, Maar dan wel met ons erbij.’
Midas Dekkers, uit: Bovenste beste beesten

zondag 13 november 2011

Koetje erbij?


Het is al even crisis in makelaarsland. Vastgoedverkopende dames en heren moeten tegenwoordig sloven voor hun commissie. Makelaars klagen steen en been over de stagnerende huizenverkoop en de dalende prijzen. Ze vragen zich vertwijfeld af: hoe verkoop ik een huis in deze zware tijden?

Ook een gratis luxekeuken of stoffering naar keus kan potentiële kopers niet meer verleiden. Hoog tijd om creatieve oplossingen te bedenken. Zoals de projectontwikkelaar van Buitenhoeve in de Helmondse wijk Brandevoort deed. Hij besloot om levende have in de strijd te gooien. Zijn huizen worden opgeleverd inclusief gazon ‘met gratis konijn voor de kinderen'.

Zelfs een ‘bewust’ aangeschaft konijn loopt een behoorlijk risico op ‘dumping’ zodra de kinderen er niet meer naar omkijken, het beestje toch niet zo knuffelbaar blijkt te zijn of wanneer de vakantie voor de deur staat. Ze worden zonder pardon over het hek gegooid bij de kinderboerderij, achtergelaten in het park of in een afvalcontainer. Soms met hok en al.

Een gratis konijn, pfff, hoe gewoontjes moeten ze gedacht hebben bij Het Betere Boerenerf: ‘Wij zijn makelaars met passie voor woonboerderijen. We houden van het Hollandse landschap. (...) en daar mag een mooie zwartbonte koe natuurlijk niet in ontbreken. (...) Daarom krijgt u die er van ons gratis bij ... .’

Het ongevraagd cadeau geven van dieren is verkeerd en mag niet. De aanschaf van een dier is een verantwoordelijkheid voor het leven en mag nooit lichtzinnig gedaan worden. Nog niet overtuigd? Lees dan het verhaal van verjaardagscadeau Schnelle Frida.

zondag 9 oktober 2011

Een orkaleven


‘Dit is het verhaal van de orka Tuschka.’ Zo begint het voorwoord van het boek. Het woordje ‘van’ is bewust gekozen. Astrid van Ginneken vertelt in haar boek over de belevingswereld van orka’s gezien door de ogen van Tuschka, een jong vrouwtje. Tuschka is een fictief figuur. De publicatie van het boek valt toevallig samen met alle commotie over Morgan. U weet wel, de orka in Harderwijk, over wiens lot rechtszaken lopen en de verschillende partijen lijnrecht tegenover elkaar staan.

Het verhaal is opgebouwd uit drie delen. Deel 1 vertelt het verhaal over de geboorte van Tuschka, haar familie en haar leven als kalf in een school visetende orka’s. Deel 2 is het relaas van haar verblijf in een zeedierenpark. Dit deel is gebaseerd op de ervaringen van de schrijfster met Gudrun . Een orka die als jong kalf eind jaren zeventig uit het water voor de kust van IJsland werd gevist en terechtkwam in het Dolfinarium Harderwijk. Het laatste deel gaat over de vrijlating van de inmiddels jongvolwassen Tuschka en de hereniging met haar familie.

Van Ginneken geeft een duidelijk beeld van de complexe sociale structuur binnen een school. Hoe orka’s hun hele leven, letterlijk zij aan zij met dezelfde familieleden, de wereldzeeën doorkruisen. Hoe ze met elkaar communiceren en allemaal luisteren naar de leidster, het oudste vrouwtje. Hoe deze gehoorzaamheid voortkomt uit vertrouwen en niet uit dominantie. Of zoals de schrijfster het samenvat: ‘Saamhorigheid en vertrouwen vormen de essentie van een orkaleven.’ Dat vermogen tot vertrouwen is een van de redenen dat orka’s in gevangenschap kunnen leven.

Dit wordt duidelijk in het tweede deel, waarin Tuschka vriendschap sluit met enkele trainers. Het is niet moeilijk om te bedenken hoe opwindend het voor trainers moet zijn om te werken met deze dieren. Hun gratie, kracht en wendbaarheid. Dat een wild dier als een orka relaties kan vormen met wezens anders dan hijzelf, zegt veel over zijn grote intelligentie en empathische vermogens. Het zijn diezelfde eigenschappen waardoor mensen deze imposante dieren kunnen domineren.

Het boek is geen aanklacht tegen dolfinaria en zeedierparken. Wel laat het alle facetten zien van het leven van een orka in gevangenschap. De eindeloze trainingen, de beloningen met (dode) vis en de shows, die ze meerdere keren per dag moeten opvoeren voor drommen schreeuwende mensen. Het lot van mannetjesorka’s die voor de voortplanting moeten zorgen is nog schrijnender. Zij zijn veroordeeld tot levenslang rondjes zwemmen in een veel te klein bassin. Vaak afgescheiden van soortgenoten en het gezelschap van andere dieren. Reusachtige dieren die meters en meters diep kunnen duiken, gevangen tussen betonnen muren en metalen roosters.

Het laatste deel van het boek is niet gebaseerd op ware gebeurtenissen en vertelt over de terugkeer van Tuschka naar haar familie na acht jaar gevangenschap. Wellicht heeft Van Ginneken voorspellende gaven en is dit een beschrijving van de toekomst van Morgan, nu dat haar familie is gelokaliseerd. Na lezing van dit boek kan ik niet anders concluderen dan dat deze zachtaardige, intelligente en fantastische dieren zijn geschapen om over de oceanen te heersen en niet om op commando kunstjes uit te voeren. De schrijfster wijst het houden van orka’s in zeedierenparken niet zonder meer af, met het argument dat er ‘maar heel weinig kandidaten zijn die voor vrijlating in aanmerking zouden komen’, om een zin later op te merken dat orka’s in het wild beter af zijn. Wie het boek leest, kan geen andere conclusie trekken.

Het zij de auteur vergeven dat haar schrijfstijl naar mijn smaak wat al te beschrijvend is. Haar liefde voor en kennis over orka’s, deze magnifieke heersers van de wereldzeeën spat van elke pagina. In ruim 400 pagina’s doet Van Ginneken precies wat de flaptekst belooft: ze verandert je beeld van dit bijzondere dier voorgoed.

Tuschka – Het aangrijpende verhaal van een jonge orka, Astrid M. van Ginneken, 978 90 5011 385 4, 416 pp. incl. zwart-witfoto’s, € 19,95, KNNV Uitgeverij

maandag 3 oktober 2011

Uniek Veluws vlees


Hoe breng je een nieuw versproduct aan de man? Je noemt het uniek, natuurlijk en gezond. Niet dikmakend en je zet er uitdrukkelijk bij dat er géén kunstmatige stoffen in zitten. Gouden formule. Werkt altijd! De tekstschrijvers gaan meteen aan de slag: ‘Het unieke verhaal van... Als enige supermarkt in Nederland kiest Plus voor de verkoop van wild, afkomstig van onze eigen Veluwe. Uniek vlees met een volle smaak. Wild bevat geen enkele kunstmatige toevoeging, is caloriearm en rijk aan eiwitten. Het wildaanbod bij Plus wordt niet bepaald door de vraag naar wild, maar is afhankelijk van de natuur...’

‘Jongens, kunnen jullie nog even zorgen voor een leuk plaatje voor de verpakking? Iets groens en gezelligs met een boom en wat grazende beestjes? O ja, zet er ook nog even bij waar de Veluwe precies is, voor onze klanten die niet weten waar het ligt.’ Op het laatste moment verbindt de reclameafdeling nog een leuke wedstrijd aan de aanbieding. De prijs: een wildarrangement. En een korting van 20 procent, zodat ook de vleesetende klant met een smalle beurs het product kan betalen.

Reclame is synoniem met overdrijving, halve en hele waarheden, maar hier maken Plus-marketeers zich toch wel schuldig aan jokkebrokkigheid. Een kandidaat voor de Liegebeest Trofee van Wakker Dier zou ik denken. Het aanbod wordt bepaald door de natuur? Staan de herten, reeën en zwijnen in rijen langs de weg opgesteld, zwaaiend en roepend ‘eet mij, eet mij’? Hoe graag jagers zichzelf ook natuurbeheerders noemen, de dood door een kogel of een schot hagel is allesbehalve natuurlijk.

En doden doen ze, die jagers. Het ‘unieke’ van het everzwijn is dat het meest vervolgde dier van Nederland is. Acht van de tien dieren, duizenden biggetjes en volwassen zwijnen, moeten er jaarlijks aan geloven. Ze zijn er zo angstig door geworden, dat ze tegenwoordig op de grasvelden in Epe rondlopen. Alleen daar dragen natuurbeheerders geen wapen. Nee, het is inderdaad niet de consument die zo graag wild wil eten; het is een uiterst lucratieve handel. Het feit dat niemand wil vertellen hoeveel dieren jagers jaarlijks op de Veluwe over de kling jagen, is veelzeggend.

U moet de Plus-mensen maar op hun mooie blauwe ogen geloven dat de in frisgroene verpakking gestoken wildzwijnsteaks, reeënruggetjes en hertenbiefstukjes inderdaad van ‘onze eigen’ Veluwe afkomstig zijn. Maar mochten ze op dit punt wel de waarheid spreken, dan zitten er vast zo veel stresshormonen in, dat ik u zou aanraden dit unieke aanbod van de supermarkt beleefd af te slaan.

Dierenleed. De Plus geeft meer. Veel meer...

zondag 18 september 2011

Mijn Melief


Damhert Jacob woonde in een hertenkamp. Hij kreeg artrose, waardoor hij ‘zijn’ hindes niet meer kon dekken. Hem wachtte de slacht.

Kitten Timothy werd toen hij tien dagen oud was met vier zusjes/broertjes in een doos in een bos achtergelaten.

Stampertje woonde in een kooi van kippengaas op een balkon, zonder enige vorm van beschutting, in de regen, sneeuw en felle zon.

Hondje Little Foot werd door haar baasjes naar de dierenarts gebracht voor een dodelijke injectie. Zij gingen scheiden.

Engel viel van de veewagen die op weg was naar het slachthuis. Ze was toen vier maanden oud.

Haan Ivanhoe werd gedumpt en was aan het verdrinken in een sloot toen de Dierenambulance hem vond.

Het zijn de verhalen van maar een handvol bewoners van Melief in Sögel, Duitsland. De plek waar meer dan duizend dieren een veilig thuis vonden. Duizend redenen voor drie dierenliefhebbende blondines uit de Randstad om de grens met de oosterburen over te steken. Plus 1: Knor. Mijn metgezellen zorgden acht maanden voor hem, nadat ze hem uit een achtertuin in Dordrecht hadden ontzet. Eerder dit jaar vond het zwarte hangbuikzwijn een permanent thuis bij Melief. Hij deelt daar zijn stal met andere hangbuikzwijnen, geiten en wat verdwaalde kippen.

Terwijl mijn vriendinnen herenigd zijn met Knor en hem de aai- en krabbehandeling van zijn leven geven, zwerf ik door de stallen en over de weilanden. Vol ontzag over wat Marc en Lothar van Melief en een handjevol vrijwilligers hier doen. Ik vraag me af wat ik eigenlijk bijdraag, behalve stukjes schrijven over het wee en soms ook het wel van dieren. Twee getraumatiseerde katten sleten bij mij hun oudedag. Ik redde een konijntje en zorgde een paar weken voor een depressieve haan in het park. Maar verder?

Mensen die doen. Die dieren redden, verzorgen en aan nieuwe, betere, baasjes helpen, daar heb ik grenzeloze bewondering voor. Ze doen het vrijwel altijd onbetaald, in hun eigen tijd en meestal van hun eigen geld. De Marcs, Lothars, Carolines, Hannies en al die anderen die ik niet bij naam ken. Hun leven staat in het teken van de meest weerlozen in onze maatschappij. Jullie zijn mijn voorbeelden. Woorden zijn goedkoop, maar desondanks draag ik deze op aan jullie, mijn helden.


Tijdens de open dag win ik in de loterij een rood, plastic spaarvarken. ’s Avonds, als ik thuiskom, stop ik er een tientje in. De eerste stap naar mijn eigen Melief...

zaterdag 13 augustus 2011

Operatie Nijntje


Hoe vang je een konijn? Deze vraag hield me wekenlang bezig. Sinds de dag dat ik het ‘wegwerpkonijn’ voor het eerst zag rondhupsen in het park. ‘Gewoon in z’n nekvel grijpen’, was het advies van voorbijgangers. ‘Grijp hem waar je maar kunt. Desnoods aan zijn oren', adviseerde de professionele dierenvanger die ik om hulp had gevraagd. Ze vangt alles, van aalscholvers tot hangbuikzwijnen. Ook zij probeerde het beestje meermalen te vangen. ‘Een wilde kat vangen is makkelijker dan een konijn’, verzuchtte ze toen we het nog een keer samen probeerden.

Gewapend met mijn rode Gourmet-kattentas en een zak Crunchy krokante muesli loop ik voor de zoveelste keer naar het park. Het is zondagavond en het regent een beetje. Het konijntje zit niet in de bosjes waar ik hem meestal zie. Dan spot ik hem in de dierenweide. Een geitje geeft hem net een speels kopstootje; een knobbelgans blaast naar hem.

Ik ga op een bankje bij het hek zitten en roep hem. ‘Hee lief! Kom maar hier. Ik heb lekkere brokjes.’ Ik denk aan het advies van de Dog Whisperer. Je moet denken aan wat je wilt dat er gebeurt. Niet aan waar je bang voor bent dat gebeurt. Ik visualiseer dat hij zelf de kattentas in loopt en dat ik die dan vliegensvlug dichtrits. Even later kruipt hij onder het hek door en komt hij aangehuppeld. Muesli, yummie! Hij heeft me al zo vaak gezien dat hij weet wat voor lekkers ik bij me heb.

Ik hoor de woorden van Cesar Millan in mijn hoofd, terwijl het konijntje steeds dichterbij komt. Hij besnuffelt de tas van alle kanten. Het duurt even voor hij de open flap heeft gevonden. Voorzichtig steekt hij zijn kopje in de tas en grist een brokje weg. Hij peuzelt het buiten bereik op. Geduld, maan ik mezelf. Geduld! Elke keer loopt hij iets verder de tas in. Ik sla toe...

Nog beduusd door mijn plotselinge succes, sta ik een halfuur later met mijn vangst in de opvang. Er staat al een hok voor hem klaar. ‘Beetje mager, een loopoog, maar verder gezond’, is de diagnose van Hannie, de vrouw die zich over hem wil ontfermen. ‘Ik zal goed voor hem zorgen.’ Ik geloof haar, maar het kost me moeite om hem achter te laten.


Deze week ben ik bij hem op bezoek geweest. Hij is bij de dokter geweest. Zijn traanbuis is doorgespoeld en hij is gecastreerd. Hij heeft veel geslapen hoor ik. Hij laat zich nu zonder problemen oppakken en ik aai hem langdurig. Ik ga hem missen ‘mijn’ konijn. Als ik wegga, ligt hij uitgestrekt en diep in slaap tegen de zijkant van zijn kooi. Voorpootjes opgetrokken onder zijn kin. Zijn witte neusje beweegt; hij droomt. ‘Je mag hem zo vaak je wilt komen bezoeken’, roept Hannie me na. De schat...

zondag 24 juli 2011

Wegwerpkonijn


‘Maar papa, waar moet hij straks slapen?’ ‘Zie je die stal daar? Daar ligt allemaal lekker hooi in. Net als in zijn eigen hok. Kan hij gezellig bij de geitjes en de schaapjes liggen ’s nachts.’ ‘Maar wie gaat hem nu zijn eten geven?’ ‘Geen probleem jongen, zie je die weide daar? Er is zo veel te eten hier! Echt geloof me, dit is een paradijs voor konijntjes. Eigenlijk is dit veel leuker voor hem dan zijn hok in de achtertuin. Hier is hij in de natuur en kan hij rennen en springen zo veel hij wil. Kom, zet hem nu maar neer in dat bosje daar. We moeten nog veel doen voordat we naar de camping gaan.’ ‘Maar...’ ‘Kom op nou. Stop met zeuren. En niet huilen! We kopen gewoon na de vakantie gewoon een nieuwe. Doen we dan een zwarte. Oké?’

Dit gesprek stelde ik me voor toen ik voor de zoveelste keer een tam konijntje zag rondhupsen in het park. Gedumpt door ‘zijn’ mensen. Ik probeer me voor te stellen hoe het moet voelen voor het beestje, zo in de ‘natuur’. Waarschijnlijk heeft hij voordat zijn baasjes hem hier achterlieten, nooit iets anders gezien dan de binnenkant van een hok. Misschien kreeg hij een paar minuten per dag aandacht. Misschien ook niet. En daar zat hij dan. Dag in dag uit door de tralies te kijken van zijn mogelijk veel te kleine hok. Zonder gezelschap, zonder afleiding.

En nu is hij hier. Hij is geen wild konijn. Hij heeft niet geleerd wat de gevaren zijn van een leven in het wild. Overal dreigt gevaar. Sommige gevaren heeft hij al leren kennen, en ternauwernood overleefd. Er vliegt bijna dagelijks een hond achter hem aan. Tot nu toe heeft hij ze allemaal weten te ontlopen, de rovers. Geen hond, kat, reiger of kraai heeft hem te pakken gekregen en verscheurd. Wat hij niet weet, is hoe hij droog moet blijven in de onafgebroken regen. Hoe hij zich warm kan houden ’s nachts. Het hooi, dat hij nodig heeft om te overleven, ligt achter het hek, in de geiten- en schapenstal zo’n 50 meter verder.

Was zijn leven eerder waarschijnlijk dodelijk saai, nu heeft hij stress. 24/7. Als andere dieren hem niet te pakken krijgen, zal hij sterven van de honger, kou, stress of een infectie. Zijn baasjes hebben hem hier achtergelaten om langzaam dood te gaan. Voor een paar euro per dag hadden ze hem tijdens de vakantie naar een opvang kunnen brengen. Voor een paar tientjes naar een asiel. Maar ja, dat kost geld. Meer geld dan een nieuw konijn. En op vakantie gaan is al zo duur...

donderdag 30 juni 2011

Aangehaald

'The tragedy of life is not that it ends so soon, but that we wait so long to begin it.'
W.M. Lewis

vrijdag 24 juni 2011

Zingeving

'Dat kan uiteraard alleen als het management van een gecontroleerde organisatie de daartoe benodigde informatie levert, bijvoorbeeld ten aanzien van de opzet en werking van het risicomanagement, de opzet en werking van corporate governance, gegevens over maatschappelijk verantwoord ondernemen en ook de verplichte informatie in de toekomstparagraaf van het jaarverslag, inzake onder andere toekomstige financieringsbehoefte en financiering, bankconvenanten, toekomstige cash flows, en eventuele te voorziene risico’s ten aanzien van het business model van de onderneming.'

Het record langezinnemaken staat nu op 75 woorden!

dinsdag 21 juni 2011

Gezond dood


Het is alweer twee maanden geleden dat ik mijn huisgenoot en held Scarface moest laten inslapen. De Dood had hem al een tijdje in het vizier. Toen hij ook nog arteriële trombose kreeg, had hij al zijn levens opgebruikt. Zelfs een wonder kon hem niet meer redden. Het gemis van mijn beste maatje doet nog elke dag pijn...

Dierenartsen doden dagelijks dieren, het hoort bij hun werk. Ze doen dit in het belang van het dier, om het lijden te besparen. Maar soms moeten ook gezonde dieren eraan geloven. Zoals de drie bejaarde, maar gezonde honden die een dodelijke injectie kregen toegediend, omdat hun baasje dat bij testament had geregeld. ‘Maar wie wil nog een tandeloos hondje van 15 jaar?’, redeneerde de dierenarts die de spuit hanteerde. ‘Laat staan drie oude hondjes?’

En wat de denken van het dilemma van deze vrouw? ‘De verzorging van mijn poezen wordt me te veel (...) Ze zijn nu 12 en 13 jaar oud en ze willen er elke nacht uit. En daarna weer naar binnen... Een poezenluik is nu eenmaal geen pre bij de verkoop van een huis.’ ‘Als we weg willen,’ schrijft ze, ‘moeten we de buren mobiliseren.’ De vrouw vraagt zich vervolgens af hoe ze haar dierenarts moet vragen om ‘op een goed gekozen moment een pijnloos eind’ te maken ‘aan het tot nu toe riante leven’ van haar huisdieren.

Deze week kunnen lezers van de Volkskrant magazine-rubriek ‘Wat zou u doen?’ hun mening geven over het nijpende dilemma van deze 63-jarige vrouw. Het wordt het eerste artikel dat ik ga lezen dit weekend. Wel ben ik bang dat de krantenjongen zaterdagochtend geen antwoord zal brengen op mijn meest prangende vraag: Gaat de dierenarts het verzoek van deze bazin honoreren?

Fileleed

Gisteravond reed ik ruim een halfuur stapvoets naast een Volkwagen Golf met een 'VIP-warning' op de ruit van het rechterachterportier. Very Impressive Penis...

zondag 5 juni 2011

Eendjes voeren


Eendjes voeren in het park of bij de kinderboerderij. Wie heeft het als kind niet gedaan? En nog steeds verdwijnen er dagelijks ontelbare oude broden en beschimmelde kontjes in de magen van eenden en ander wild.

De meningen zijn verdeeld over hoe slecht brood is voor de dieren. Tegenstanders beweren dat het leidt tot een vroegtijdige dood. Tegelijkertijd zijn er biologen die dat onzin vinden. Zeker is dat al dat brood in het water slecht is voor de waterkwaliteit, en uiteindelijk voor de vissen. Daarbij trekt het ratten en ander gespuis aan.

Als de onbedwingbare neiging van mensen om wilde dieren te voeren zou stoppen bij eenden, zou de schade nog te overzien zijn. Maar mensen negeren massaal verboden om dieren te voeren in (wild)parken, bij kinderboerderijen en hertenkampen. Menig hert heeft ernstige darmproblemen overgehouden aan deze burgerlijke ongehoorzaamheid.

Voeren kan zelfs leiden tot een enkele reis naar de slager. Konikspaarden in de Hoeksche Waard worden mogelijk geslacht, omdat ze mensen lastigvallen, nadat ze gevoerd en aangehaald zijn. In Brabant zijn acht jonge stieren gedood, omdat wandelaars ze eten gaven.

Waarom mensen het niet kunnen laten om wilde dieren eten te geven, is voer voor psychologen. De conclusie moet in ieder geval zijn, dat dieren onhandelbaar en gevaarlijk worden, doordat mensen het vertikken om zich aan de regels houden. De natuur schotelt dieren een gevarieerd en gezond menu voor. Zij hebben ons (oude) brood niet nodig. Dat hoort thuis in de groenbak. Of nog beter: koop eens wat minder brood!