vrijdag 16 november 2012

De wijklijn en de zaak van het gedumpte konijn



‘Goedemiddag. U spreekt met de Wijklijn. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘Hallo, met Nettie. Ik wil een gedumpt konijn melden. Ik heb de dierenambulance al de hele dag geprobeerd, maar die is onbereikbaar.’
‘Juist. En waar heeft u het dier precies gevonden?’
‘In het Wantijpark.’
‘Sorry, parken staan niet in mijn beslisboom. Ik heb een straatnaam nodig.’
‘Het is een groot park. Er liggen meerdere straten omheen.’
‘Ik moet echt een straatnaam invoeren, anders kan ik niet verder in de beslisboom.’
‘Momentje, dan googel ik het even. ... Doet u maar de Baden-Powelllaan. Daar is de hoofdingang.’
‘Baad-en-paullaan.’
‘Baden-streepje-Powelllaan. Met drie ellen.’
‘Baden-streepje-Paullaan?’
‘Nee, bee aa dee ee en streepje... . Weet u wat? Doet u maar de Badweg. Bee aa dee wee ee gee.’
‘Badweg. Gevonden! Die staat wel in de beslisboom. Heeft u een huisnummer?’
‘Het park heeft zover ik weet geen huisnummer.’
‘Geen nummer dus. Eens kijken, u zei dat u een konijn gevonden heeft? Waar precies?’
‘In de bosjes vlak bij de hoofdingang aan de Baden-Powelllaan. Dat is dus aan de andere kant van het park vanaf de Badweg.’
‘In de bosjes. Tja, hoe vul ik dat nu weer in? Kunt u wat specifieker zijn?’
‘Doet u dan maar bij de geitenwei. De eerste bosjes links aan de straatkant van de geitenwei. Als het druk is in het park zit hij ook wel eens achter het hek, op het grasveld.’
‘Oké. En het gaat om een dood konijn?’
‘Nee, het is een levend konijn. Iemand heeft een tam konijntje in het park gedumpt.’
‘Dumpen staat niet in mijn beslisboom. Als hij nou dood was, die mogelijkheid heb ik wel. Dode dieren halen wij op. Maar hij leeft.’
‘Ja, mevrouw hij leeft. Nóg wel. Maar dat zal niet lang meer duren als niemand hem vangt.’
‘Ik ben bang dat u toch de dierenambulance moet bellen.’
‘Dat heb ik gedaan. De hele dag. Maar die is onbereikbaar. Daarom bel ik u. Kan de Wijklijn dan helemaal niets doen? Of kunt u het misschien aan de juiste instantie doorgeven?’
‘Nee, het spijt me, die mogelijkheid geeft de beslisboom niet. Goedemiddag!’


Gerelateerd artikel: Wegwerpkonijn

maandag 15 oktober 2012

Tuinieren voor (wilde) dieren


Boeken over diervriendelijk tuinieren hadden we al. Barbara Rijpkema gaat in haar boekje nog een stap verder. Ze bekijkt de tuin vanuit het oogpunt van de dieren. Geen flora zonder fauna en in een gezonde tuin gaan de twee nu eenmaal hand in hand. In dit kleurrijke boekje geen tips over hoe je dieren kunt verdelgen, maar des te meer over hoe je ze kunt verleiden om in jouw tuin hun thuis of tussenstop te maken.

Zelfs als je maar een paar vierkante meters tot je beschikking hebt, zul je versteld staan van de mogelijkheden voor wilde dieren’, zegt Rijpkema. Bouw een egelwoning of een insectenhotel. De gasten zullen ze weten te vinden. Heb je een tuin als een postzegel? Ook dan kan je broed- en overwinteringsplekken maken. Zelfs een balkon is zo aan te passen dat vogels er graag even aanwippen.

Dus: verban de slakkenkorrels, insectenbestrijders en mierenlokdozen voor altijd uit je tuin en maak er een paradijs voor dieren van. Want, zegt de auteur: ‘Je tuin delen met wilde dieren en van ze genieten als ze de weg naar het voedertafeltje, het nestkastje of de vijver weten te vinden, is het mooiste wat er is.’

Vind je de Atalanta een mooie vlinder? Bedenk dan dat deze trekvlinder brandnetels nodig heeft om zich voort te planten. Kijk hoe een lieveheersbeestje zich tegoed doet aan een luizensnack en geniet van een rondscharrelende egel.

Het boekje neemt je mee langs de seizoenen, te beginnen met de lente. Het is overzichtelijk ingedeeld naar maanden, dieren en bomen en planten in de tuin. Welke haag vinden merels het fijnst om in te nestelen? En welke vogel eet wat wanneer?

Tuinieren voor (wilde) dieren biedt een schat aan tips en ideeën voor een beestachtig mooie tuin. Het is een must read voor iedereen die natuur belangrijk vindt. Het zou op het bureau moeten liggen van alle beleidsmakers bij overheden die zich met stadsinrichting en landschap bezighouden. Woningcorporaties moeten het cadeau doen aan hun huurders.

Zet buzz-woorden als biodiversiteit en duurzaamheid om in actie. Steek ook zelf de handen uit de mouwen, want de natuur kan al beginnen op je eigen drempel.


Tuinieren voor (wilde) dieren - Maak van je tuin een beestenboel
Barbara Rijpkema
112 pagina’s, fullcolour met foto’s en illustraties
KNNV Uitgeverij, www.knnvuitgeverij.nl/NL/webwinkel/0/0/16308

dinsdag 9 oktober 2012

Zwitserlevengevoel


Zwitserland is een paradijs voor dieren. Er zijn weinig plekken op deze aardbol te vinden waar dierenwelzijn zo veel aandacht krijgt. Als Nederlandse dieren zouden weten hoe goed het leven daar is, bestormen ze in rijen van vijf de Gotthard-tunnel.

Geiten, schapen en runderen hoeven er niet 30 (of was het 40?) seconden onverdraaglijke pijn te lijden, nadat iemand hun halsslagader heeft doorgesneden. De rituele slacht is er al sinds 1892 (en nee, dit is geen typefout) verboden.

De Zwitserse overheid heeft per wet geregeld dat dieren recht hebben op contact met hun soortgenoten. Geen eenzame en depressieve hamsters, paarden of vogeltjes in der Schweitz.

Sportvissen? Het is verboden. Tenzij je het beest daarna opeet. Voor Cesar Millan valt er in de Alpen ook al niets te rehabiliteren: elke hondeneigenaar volgt verplicht een cursus hondenpsychologie.

Maar nu heeft mijn Zwitserlevengevoel toch een klein deukje opgelopen. Want zijn de melkkoeien in de alpenweiden straks ook nog gelukkig? In plaats van de traditionele koeienbel krijgen de dames nu een hightech sensor om de nek. En eentje in hun genitaliën. Au!!

Met de nieuwe uitvinding stuurt de koe een sms aan de boer als haar hormonen gaan opspelen. Die kan dan een insemineermachine laten aanrukken.

De reden voor deze weinig romantische uitvinding? De Zwitserse melkmeisjes zijn tegenwoordig minder vaak tochtig. Zonder tocht, geen bevruchting. Zonder kalveren geen melk. En dat juist nu de ‘tederste verleidingen’ niet aan te slepen zijn. Met 11,4 kilo per persoon per jaar is de Zwitser de chocoladeverslinder van Europa.

Overigens kan een beetje boer met het blote oog ook wel zien of de dames er klaar voor zijn. Maar ja, da’s lastig, en het kost tijd. Zeker met al die bergweggetjes. Met dit nieuws heeft het romige alpenreepje voor mij toch iets van zijn glans verloren.

dinsdag 21 augustus 2012

Ezellief en -leed


Even waan ik me in een aflevering van Animal Cops Houston. De tranen prikken achter mijn ogen als ik naar de hoeven van de stakker voor me kijk. Hoe kan iemand een dier, zijn dier, zo laten lijden?

De hoeven van ezel Goliath zijn zo ver uitgegroeid, dat hij op groteske Arabische pantoffels lijkt te staan. Wanstaltig krullen de punten van zijn ‘slippers’ omhoog. Het is een wonder dat hij nog kan lopen.

Weggooiertjes’, noemt de eigenaar van de Ezelshoeve ezels als Goliath en Imma.

Ze vonden vader en dochter in een bos net over de grens, waar ze aan een boom gebonden stonden. De zwaar verwaarloosde ezels waren angstig en volledig uitgeput toen in de veilige Ezelshoeve aankwamen.

Goliath heeft een blik in zijn ogen die je vaak ziet bij mishandelde en verwaarloosde dieren. Gelatenheid, in een poel van onverholen verdriet en pijn. Maar ook een sprankje hoop, dat iemand hem zal helpen.

Lijdzaam laat Goliath toe dat zijn operatiewond ontsmet wordt. De hengst is pas geleden gecastreerd. Pas als hij volledig hersteld is, kan een hoefsmid aan de slag met zijn voeten. Het corrigeren van zijn hoeven en de stand van zijn poten wordt een langdurig en pijnlijk proces.

Zo langdurig en pijnlijk, dat je bijna zou wensen dat hun eigenaar zelf even kan voelen wat hij de dieren heeft aangedaan. De dieren die van hem afhankelijk waren. Twee maanden rondlopen op meerdere maten te kleine schoenen lijkt een zeer milde straf.

Met veel TLC worden ook Goliath en Imma weer opgelapt. Zodra het kan mogen ze zich aansluiten bij de kudde. Opeens moet ik denken aan iets anders wat ik ooit hoorde op Animal Planet: ‘Een paard gaat voor voedsel; een ezel voor liefde.’

Ze zijn op de Ezelshoeve op de juiste plaats, want het is voor alles een plek vol liefde, hoop en plezier. Liefde die mensen bindt aan ezels en mensen aan mensen. Deze dierlievende dame en haar twee vriendinnen prijzen zich gelukkig dat ze er een dag hebben mogen meehelpen.

En Goliath? Ook hij zal het ongetwijfeld redden. Hij is niet voor niets vernoemd naar een kampioenvechter!


Met dank aan de Ezelshoeve voor de foto.

donderdag 12 juli 2012

Aangehaald

‘Buiten onze soort zijn wij buitengewoon onredelijk en onbarmhartig.’
Midas Dekkers

Bij de konijnen af

Flappie moet wel het bekendste konijn van Nederland zijn. Wie kent hem niet? Elk jaar tussen 5 en 25 december, komt hij meerdere malen per dag tot leven, om binnen 4 minuten te worden afgeslacht. En dat al vijftig jaar lang. Ach...

Het was sowieso een zielig beestje. Uit meneer Youps verhaal op te maken, sleet hij zijn leventje alleen in een hokje in de achtertuin van de familie. De Kerst van 1961 maakte in ieder geval een einde aan zijn eenzaamheid.

Hoe Van ’t Hek senior Flappie van het leven beroofde vertelt het verhaal niet. Kreeg hij een ferme klap rond de oren en sneed vader daarna zijn hals door? Of sloeg hij hem met een knuppel het donzige koppie in, zoals een Dordtse leraar eens demonstreerde voor een klas leerlingen?

Hoe dan ook, Flappie had een prettiger leven dan zijn meer vlezige soortgenoten. De vleeskonijnenindustrie is waarschijnlijk de meest dieronvriendelijke sector in Nederland. (Nou ja, misschien afgezien van de bontfokkerij dan.)

Het leven van een vleeskonijn bestaat uitsluitend uit lijden. Veel dieren overleven de draadgazen hel van de fokkerij niet eens. Weten ze wel tien weken in leven te blijven, dan mogen ze op een lang, uitputtend transport naar België of verder. Voor veel konijnen een dodenrit.

De beesten die de slachterij levend bereiken, worden getrakteerd op elektrocutie, waarna hun hals wordt doorgesneden. Zelfs een pijnloze en snelle dood is hen niet gegund. De beste reden voor dierenvrienden om zich verre te houden van hun gebraden boutjes en ruggetjes.

Veel Nederlanders eten nooit konijn. Maar hoeveel Flappies verdwijnen er haast ongemerkt in de magen van hun poezelige huisgenoten? Een klein onderzoekje bij het diervoerderschap wijst uit dat bijna alle merken konijnenvlees voeren. Meestal verstopt in vrolijk uitziende ‘variatiepacks’, tussen zakjes kip en tonijn.

Nee meneren en mevrouwen van Kitekat, Whiskas, Sheba en wat dies meer zij, al maken jullie de verpakkingen nog zo fleurig en uitnodigend, zo’n leedmaal schotel ik ook mijn Basje niet voor.

zaterdag 21 april 2012

Proefdieren

De zoons van Angelina zijn verslaafd aan het eten van krekels. Of Brad ook wel eens een bug tussen de hagelwitte tanden kraakt vermeldt het artikel niet. Het zou hem een ‘gewoon’ mens maken, want de meeste westerlingen griezelen bij de gedachte aan een sprinkhanensalade. Bewoners van bijna honderd andere landen hebben er minder moeite mee.

Hoog tijd om Nederland rijp te maken voor dit ‘nieuwe vlees’ vonden ze in Wageningen. Daarbij financieel aangemoedigd door het ministerie. De burger is anno 2012 klaar voor het Eerste Nederlandse Insectenkookboek!

‘Het Insectenkookboek geeft culinaire richting aan duurzaam eten van de toekomst.’ Duurzaamheid is trendy en koken is in. Insecten leveren veel vlees voor de hoeveelheid voedsel die je erin stopt. Daarbij is de kans dat deze efficiënte eiwitbommetjes opraken zo goed als nihil. Insecten zijn de meest succesvolle organismen op onze planeet.

Ze zijn inmiddels gemakkelijk verkrijgbaar: levend, gedroogd of gevriesdroogd. Of de meelwormen straks niet meer zijn aan te slepen, is nog even afwachten. Aan de marketingcampagne zal het in ieder geval niet liggen. Het kookboek ligt sinds enkele dagen op het prinselijk aanrecht en de Argentijnse mier laat zich uitstekend poffen.

maandag 9 april 2012

Naar de haaien

Koe heeft eigenlijk glucosamine nodig voor zijn artrose. Maar daar zit haaienkraakbeen in. Dat kan ik hem toch niet geven?!’ Het leven van een dierenliefhebber barst van de dilemma’s. Dat bewijst deze verzuchting van een vriendin maar weer. (Voor de duidelijkheid: Koe is een kat.)

Glucosamine gemaakt van haaien? Dat was nieuws voor mij! Ik check een potje dat ik nog in de kast heb staan. De tekst vermeldt niets over haaien, maar noemt wel ‘schaaldieren (glucosamine)’. Die dieren eet ik ‘bewust’ ook niet. Onbewust, weet ik nu, heb ik in het verleden precies 58 pillen met gemalen schaaldieren ingenomen.

Uit een hoogst onwetenschappelijk Google-rondje leer ik dat ‘pure en natuurlijke’ glucosamine inderdaad is gemaakt van gemalen haaienkraakbeen. De ‘neppers’ bevatten runderkraakbeen of schaaldieren.

Het goedje helpt tegen artrose, reuma en psoriasis. Lijd je aan niets, dan krijg je er lekker ‘soepele gewrichten en spieren’ van. Volgens ene Dr. William I. Lane geneest het zelfs kanker. Ik lees dat de in Costa Rica consult houdende dokter zo veel betaalt voor opgeviste haaien, dat ze daar nu met de ondergang bedreigd worden.

De haai heeft meer vijanden dan Dr. Lane alleen. In Zuid-Oost-Azië verdwijnt het dier behalve in medicijnen ook in de soep. Haaienvinnensoep is er een delicatesse. Tot mijn verrassing ontdek ik dat we de grootste exporteur van haaienvinnen niet moeten zoeken in Azië. Het is Europa.

Datzelfde EU wil nu een wet tegen het ontvinnen van levende haaien. Volgens de Eurocommissaris voor visserij worden ‘75 miljoen haaien per jaar om hun vinnen gedood’. En blijkbaar zijn nu ‘in de Middellandse Zee al geen hamerhaaien meer te vinden’.

Het is nauwelijks nieuws. Jaren geleden meldde de natuurbeschermingsorganisatie IUCN al dat ‘een derde van de haaiensoorten op punt van uitsterven staat’. Een tien jaar geleden gelanceerd plan voor de wereldwijde bescherming van haaien mislukte jammerlijk. De jacht is sindsdien alleen maar toegenomen. Veel hoop heb ik dus niet voor de bedreigde haaien.

Tijdens mijn onderzoekje viel me op dat in de berichten over de uitstervende haai de opgeheven vingertjes vooral richting Azië wijzen. Zij ook met hun rare eetgewoonten! Wij steken die vingers beter in eigen boezem. Zolang ‘haaienproducten’ hier nog bij elke drogist, natuurwinkel en via het internet verkrijgbaar zijn, hebben wij geen recht van spreken.

Het kan de haai vast niet schelen of hij doodgemaakt wordt voor een pil of een bordje soep. Hij is alleen gebaat bij een volledig en wereldwijd verbod op alle producten die van hem worden gemaakt.

maandag 2 april 2012

Broodje poep

‘Eat my shit’ was wel de belangrijkste zin in de film The Help. Voor wie hem niet gezien heeft, een fragmentje. Poep. Mensen koken er hun potje op, smeren het op de muur of in hun haar. Maar poepeters, of fecalo’s op z’n Van Kooten en De Bie’s, zijn onder de menselijke soort misschien uitsluitend, en ook daar sporadisch, te vinden achter gesloten deuren van inrichtingen.

Voor sommige dieren is poep eten wel doodgewoon, bijvoorbeeld voor gorilla’s, konijnen en cavia’s. En wat te denken van de mestkever? Voor onze huisdieren vinden we het alweer een minder smakelijk idee. Honden die graag drollen eten sturen we liefst linea recta naar therapie.

Dat de ene poep is de andere niet is bewijst professor An Ynashi. Hij hoopt een van China’s nieuwe rijken te worden met zijn pandapoepthee. Zijn theeplanten worden uitsluitend bemest met – u raadt het al – pandakeutels.

Het lukt hem vast want niets is te gek in de wereld der delicatessen. De koffiebranche weet dat allang. Daar komen de meest exclusieve boontjes uit het achterwerk van een civetkat. De door de kat uitgepoepte waar brengt al gauw tussen de 200 en 750 euro per kilo op.

Wat heeft dit stukje te maken met dierenwelzijn hoor ik je denken? Nou, helemaal niks. Maar Ome Willem is er wel heel beroemd mee geworden...

woensdag 21 maart 2012

Moordbedrijf


Een ‘moordbedrijf’ noemt Bleker maandag in Pauw en Witteman de geruimde ‘vogelgriepboerderij’ in het Limburgse Kelpen-Oler.

Hij bedoelde het vast anders, maar het is een uitstekende benaming voor de gruwelijke slachting die daar afgelopen zondag en maandag plaatsvond. De vergassing van 42.700 kalkoenen. ‘Iedereen kan begrijpen wat die mensen overkomt’, zegt hij, zijn voorhoofd diepgefronst van medeleven. ‘Ze zijn er behoorlijk kapot van.’

Boer, boerin en hun drie kinderen zijn verdrietig. (De staatssecretaris maakt er een punt van om de gezinssamenstelling te vermelden, inclusief de leeftijden van de kinderen.) Verdrietig dat ze de kalkoenen niet over een week of wat in kratten kunnen proppen om ze strak op elkaar gepakt in een vrachtwagen te stouwen.

Ze wogen op een haar na 11 kilo schoon aan de haak. Het moment dat de meeste plofkalkoenen er 21 miserabele weken leven op hebben zitten. Dan hadden boer en boerin de dieren vrolijk uitgezwaaid op hun enkele reis slachterij en waren ze vast niet verdrietig geweest.

Maar niet getreurd, het ministerie reikt weer eens diep in de beurs met publiek geld en maakt daarna fluks een slordige anderhalf miljoen euro over naar het getroffen ‘echt mooie hightechbedrijf’. Niet dat het gezin anders op een houtje (of is het botje?) had hoeven bijten. Het heeft om de hoek nog een tweede mesterij. Met nog eens duizenden kalkoenen à 35 euro per stuk.

De staatssecretaris nam voordat de dieren door uiterst langzame verstikking om het leven zouden komen nog even een kijkje in de stal. ‘Het zijn echt heel mooie dieren. Ze zien er gezond uit.’ En wie had gehoopt op enige compassie voor de marteldood die ze later zouden sterven: ‘Ja kalkoen, schitterende gerechten. Echt fantastisch!’

zondag 4 maart 2012

Dieren SOS

Het is een trillend hoopje ellende. Aan zijn snavel hangt een druppel bloed en waar eerder in zijn nek nog fluorescerend turkooizen veertjes zaten, gaapt nu een bloederige kale plek. Het einde van de houtduif in het gras naast het hondenuitlaatpad lijkt nabij. Wat te doen? Pak ik hem op en probeer ik hem te helpen of laat ik de natuur haar werk doen?

De discussie over het wel of niet opvangen van zieke en gewonde wilde dieren laait regelmatig op in de media. Laatst nog, over de opvang van zieke zeehonden. ‘Een kwestie van fatsoen’, volgens het centrum van Lenie ’t Hart.

Voor wetenschapsjournalist Rob Buiter is het punt bereikt ‘dat je vooral je eigen gemoedsrust sust met de opvang van deze dieren’. En: ‘De overheid zou de opvang van dieren die een natuurlijke dood dreigen te sterven moeten verbieden.’Het natuurlijk evenwicht van de Waddenzee is in gevaar’, zegt Anton Hurkens, directeur van Ecomare.

Niet álle gewonde dieren hebben hulp nodig’, vindt ook directeur Frank Dales van de Dierenbescherming. Hij maakt onderscheid tussen dieren die ziek of gewond zijn door natuurlijke oorzaken of door menselijk handelen. Een wild dier dat niet meer terug kan naar de natuur is niet gebaat bij levenslange opsluiting, redeneert hij. Daar heeft hij een punt, maar betekent ‘hulp’ dan altijd ‘opvang’?

‘Mijn’ houtduif wacht misschien nog veel pijn en stress voor hij een natuurlijke dood sterft. Wie weet wordt hij nogmaals gepakt door een vogel of opgejaagd door een hond. Doorlopen en niets doen kan ik niet over mijn hart verkrijgen en ik heb geen idee hoe ik de dood een handje moet helpen. Maar zelfs al zou ik wel weten hoe ik het beestje snel en pijnloos uit zijn lijden kan verlossen, zou ik het niet kunnen.

Ik pak mijn telefoon en bel de Dieren SOS: ‘Ik heb een zwaargewonde duif gevonden...’ ‘We komen eraan!’ Ik wikkel de duif in mijn sjaal en hou hem tegen mijn lijf onder mijn jas. Zijn pootje houdt hij stijf om mijn vinger geklemd. Hij ademt al wat rustiger. Als Moeder Natuur heeft besloten dat hij vandaag moet sterven, dan kan ik ervoor zorgen dat hij niet langer hoeft te lijden. Mijn gemoedsrust is gesust.

Foto: © Handboek Natuurfotografie|Fotograaf Edo van Uchelen

Uit de oude doos


Zonder het te weten zijn alle mannen in de plastic afdeling, vader geworden van drie poesjes. Eén dezer dagen vond de heer Luyten in één van de loodsen dit jonge leven. Na het nemen van deze foto was moederpoes de volgende dag met haar kroost verdwenen.
Uit het personeelsblad van Tomado, jaren zeventig.