zondag 28 april 2013

Tyrannosaur – Dierenmishandeling onder invloed



Joseph stapt de pub uit. Hij is razend. We weten niet waarom. Met wrede precisie schopt hij zijn hond Bluey, die buiten op de stoep ligt te wachten, keihard in de ribben. In de volgende scene zien we Bluey sterven. Joseph begraaft hem in zijn tuin. Dit is het onthutsende begin van de film ‘Tyrannosaur’.

Fictie, maar zeker niet onrealistisch. De werkelijkheid is vaak nog vele malen wreder: ‘Fuifbeestgooit hondje drie hoog van balkon’, ‘Dronken student bakt hamster van kamergenoot in koekenpan’ en ‘Dronken Australiër onthoofdt kat van 11-jarige jongen’. Het kost nauwelijks moeite om publicaties te vinden over dronkenlappen die dieren mishandelen of doden.

‘Kwaad, overstuur en stomdronken’, zo omschrijft een stadsgenoot voor de rechter de redenen waarom hij zijn vriendin bedreigde en en passant haar kat Tommy over de reling van de portiekflat kieperde.

Dierenmishandeling staat niet op zichzelf. Is er sprake van huiselijk geweld, dan is de kans levensgroot aanwezig dat ook eventuele huisdieren het moeten ontgelden. Enders-Slegers en Janssen schreven erover in het rapport ‘Cirkel van geweld. Verbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld’.

‘De mechanismen die leiden tot kindermishandeling en partnermishandeling zijn vaak dezelfde die leiden tot dierenmishandeling,’ schrijven ze. Over de mechanismes die leiden tot geweldsmisdrijven is heel wat af geschreven. Alcoholisme.org meldt op haar website zelfs: ‘Bij een op de twee moorden is drank een factor.’

Verifiëren kan ik deze bewering niet, maar het zou me niets verbazen. We kunnen gewoonweg niet om het verband tussen alcohol en geweld heen; sla de krant er maar op na. En als mensenmishandeling in het verlengde ligt of gerelateerd is aan mishandeling van dieren, zoals het rapport stelt, moet alcoholmisbruik wel een belangrijke factor zijn bij dierenmishandeling.

Dan is het toch vreemd dat het woord ‘alcohol’ in het hele rapport niet voorkomt. Ook in het pamflet van de taskforce ‘Huiselijk geweld en dierenmishandeling’ en de ‘Meldcode dierenmishandeling voor dierenartsen’ wordt er met geen woord over gerept.

‘Vermoedelijk worden jaarlijks meer dan 300 duizend tot 400 duizend dieren mishandeld’, schreef Bernd Timmerman eens in de Volkskrant. Terwijl ik de lading van deze zin op me laat inwerken vraag ik me af: Hoeveel van deze mishandelingen worden onder invloed van alcohol gepleegd?

zondag 17 februari 2013

Paardenvleesschandaal



Het paardenvleesschandaal houdt de media aan beide zijden van de Noordzee al dagenlang in zijn greep. ‘Horse meat has been found in school dinners eaten by potentially tens of thousands of children’, schreeuwt The Sun haar lezers toe. Ook patiënten in ziekenhuizen in Noord-Ierland hebben menig edele burger weggekauwd.

Volgens minister Owen Paterson kan paardenvlees zelfs gevaarlijk zijn: ‘We may find it’s injurious to human health. Er zou zomaar phenylbutazone in kunnen zitten. Het is een internationale criminele samenzwering, zegt hij. Maar vlees uit andere EU-landen weren, nee dat mag niet van Europa.

Het is allemaal de schuld van Frankrijk beweert Roemenië. ‘Nous nous ne savons rien’, lispelen de Fransen. De spil in de handel zou een Nederlander zijn, Jan Fasen. Zijn bedrijf Draap trading (= paard achterstevoren; de Fransen begrepen zijn woordgrapje blijkbaar niet) kocht het vlees bij een slachthuis in Roemenië.

Hij fraudeerde een fortuin bij elkaar. Paard is grofweg vier maal goedkoper dan koe. De rechtbank stuurde hem al eens richting cel voor het jarenlang jokken over zijn halal rundvlees, dat uit Argentijnse paarden bleek te zijn gesneden. Maar een beetje VOC-mentaliteit laat zich niet zomaar door een rechter stoppen.

Europa zó geschokt, maar sponsorde weloverwogen de bouw van een paardenslachterij in Sibiu, Roemenië. Een van de abortoirs in het land, waar duizenden paarden, pony’s en zelfs ezels gedood werden om in stukjes en beetjes de hele Unie door te reizen en te eindigen in de lasagne en pizza van honderdduizenden Britten.

De consument krijgt wat hij verdient. Door zijn onverzadigbare zucht naar meer en meer vlees voor spotprijzen, krijgt hij onverteerbare kant-en-klare smurrie voorgeschoteld. Ook dit schandaal zal zijn eetgedrag geen sikkepit veranderen. Over een paar weken is het overgewaaid en laat hij de affaire opgelucht achter zich. Want hij wil helemaal niet weten wat hij in zijn lijf stopt. Als het maar snel, makkelijk en vooral goedkoop is.

 
PS
Het aloude argument van de Britten dat je paarden moet berijden en niet bereiden, lijkt achterhaald. De verkoop van paardenvlees is sinds het schandaal naar buiten kwam vertienvoudigd. De paarden moeten straks in de wachtrij bij de gesubsidieerde ‘Europese’ slachterij in Roemenië. De al dan niet wilde paarden op het platteland en in de natuurgebieden in alle uithoeken van de Unie kunnen maar beter rap de benen nemen.

zaterdag 5 januari 2013

Nertsoliezeep



Nertsenfokkers hebben fluweelzachte handen. Bij het villen van de onfortuinlijke diertjes en het verwerken van hun huidjes, komt nertsolie vrij. En daar krijg je dus heerlijk zachte handen van. Zo gaat het verhaal.

Nertsolie is voor een zacht prijsje te koop op Marktplaats, voor 20 eurootjes de liter. In marketingopzicht is Jaap, Oosterwolde, Fr. met zijn grootverpakkingen een sukkel. Het Belgische cosmeticamerk Mylène verkoopt het goedje voor grofweg het twintigvoudige, maar dan gestoken in een eleganter jasje.

Beter adverteert de Fries zijn waren op plazilla.com. Een site die een artikel wijdt aan de heilzame werking van nertsolie. “... daarom zou er in elk huis wel een flesje moeten staan”, luidt het advies.

Dat de olie uit dode nertsen wordt ‘geoogst’, daar zit de schrijver niet mee. “Ik kan je wel heel duidelijk zeggen dat nertsen niet gefokt worden om nertsolie te kunnen maken! Nertsolie wordt namelijk van het restafval gemaakt. De olie bevind zich in het vet onder de huid en die is niet bruikbaar. Dus stoppen met nertsolie maken betekend niet dat de diertjes niet meer gefokt en geslacht worden hierdoor.”

Eigenlijk is het maar goed dat een cosmeticamerk als Mylène de olie verwerkt in crèmes en zeepjes vindt ze: “... en zo kon men van het restaval wat normaal vernietigd zou worden toch nog gebruiken”. (Nertsolie heeft duidelijk geen positief effect op de taalvaardigheid.)

De schrijfster wast haar handen in onschuld. Weggooien is erger is de boodschap. Met de invoering van de Wet verbod pelsdierhouderij op 15 januari is het straks ook gedaan met nertsoliekoopjes op Marktplaats.

Helaas duurt het nog tot 2024 voor de fokkerijen echt hun deuren sluiten. De komende twaalf jaar stikken zeker 56 miljoen nertsen in Nederlandse gaskamers. Hoeveel liter ‘restafval’ daarmee ‘vrij’komt, en nog op mensenhanden en -lijven gesmeerd gaat worden, ik wil het niet eens weten.

Nertsoliezeep wast de handen misschien wel schoon, maar het bloed, de pijn, en het onmetelijk dierenleed dat de bron ervoor vormt valt niet weg te poetsen.

woensdag 26 december 2012

Aangehaald



‘De beste manier om een mens te bestuderen is via zijn hond’
Cesar Millan

Cesar, Martin en de amandelkern



Cesar Millans tegenstanders zetten hem graag neer als een dierenbeul. Oké zulke witte tanden doen pijn aan je ogen, maar een dierenbeul zie ik niet. En ik heb toch menig avondmaal in het gezelschap van Cesar en Daddy genuttigd. Zo vaak dat ik een traantje moest wegpinken toen ik las dat Daddy niet langer onder ons was.

In het corrigeren of belonen-debat heb ik nog steeds geen kant kunnen kiezen. Al lijkt mij het idee dat dominantie en harmonie niet samengaan onjuist. Maar ik heb dan ook een Bas en geen hond. En de katten in mijn buurt leven alleen vreedzaam samen als overduidelijk is wie de scepter over de brandpoort zwaait.

Hoe dan ook, de kwestie Cesar of Martin verdeelt hondlievend Nederland tot op het bot. Een controverse die Martin Gaus regelmatig aanwakkert: “Dat hele roedelprincipe is ontzettend achterhaald.” “Cesar Millan heeft klok vijftien jaar teruggezet.” “Bij onze vriend Cesar gaat de staart tussen de poten.”

De haatmail vliegt in het rond, elke keer als het debat weer oplaait. Dan staan gelovers uit het kamp de-onderdanige-hond-is-geen-gelukkige-hond de aanhangers van een-hond-is-gelukkig-met-een-echte-leiderkamp naar het leven. En vice versa. Tja. Ik weet alleen met wie ik liever de hond zou uitlaten.

Afijn, over het ravijn tussen Gaus- en Millan-aanhangers is al genoeg gezegd en geschreven. Blijkbaar ben je voor of tegen en is er geen middenweg. Een pad dat ik graag bewandel. 

Gelukkig zijn de meeste hondenfluisteraars het over één ding eens: het moeilijkste is nog de opvoeding van de baasjes. Of zoals Millan het zegt: ‘Er zijn geen slechte honden, alleen slechte bazen.’

En toen vond ik dé oplossing om de Millan-Gauskloof te dichten. In een artikel in de Volkskrant van 11 december van Ellen de Visser, ‘Waar komen de rillingen over je rug vandaan?’ Mensen, het draait allemaal om de amygdala, het stukje hersenen dat de prikkels van de zintuigen beoordeelt.

Bij beloning en schrik zijn dezelfde netwerken in de hersenen betrokken en voor de hersenstam maakt het blijkbaar ook niet uit of sprake is van positieve of negatieve emoties”, legt De Visser uit. 

Dus zowel Gaus als Millan prikkelen deze zelfde amandelkern en veroorzaken bij honden dezelfde reactie: kippenvel.

Zo, en nu begraven die strijdbijl. Vrede op aarde.