zaterdag 5 januari 2013

Nertsoliezeep



Nertsenfokkers hebben fluweelzachte handen. Bij het villen van de onfortuinlijke diertjes en het verwerken van hun huidjes, komt nertsolie vrij. En daar krijg je dus heerlijk zachte handen van. Zo gaat het verhaal.

Nertsolie is voor een zacht prijsje te koop op Marktplaats, voor 20 eurootjes de liter. In marketingopzicht is Jaap, Oosterwolde, Fr. met zijn grootverpakkingen een sukkel. Het Belgische cosmeticamerk Mylène verkoopt het goedje voor grofweg het twintigvoudige, maar dan gestoken in een eleganter jasje.

Beter adverteert de Fries zijn waren op plazilla.com. Een site die een artikel wijdt aan de heilzame werking van nertsolie. “... daarom zou er in elk huis wel een flesje moeten staan”, luidt het advies.

Dat de olie uit dode nertsen wordt ‘geoogst’, daar zit de schrijver niet mee. “Ik kan je wel heel duidelijk zeggen dat nertsen niet gefokt worden om nertsolie te kunnen maken! Nertsolie wordt namelijk van het restafval gemaakt. De olie bevind zich in het vet onder de huid en die is niet bruikbaar. Dus stoppen met nertsolie maken betekend niet dat de diertjes niet meer gefokt en geslacht worden hierdoor.”

Eigenlijk is het maar goed dat een cosmeticamerk als Mylène de olie verwerkt in crèmes en zeepjes vindt ze: “... en zo kon men van het restaval wat normaal vernietigd zou worden toch nog gebruiken”. (Nertsolie heeft duidelijk geen positief effect op de taalvaardigheid.)

De schrijfster wast haar handen in onschuld. Weggooien is erger is de boodschap. Met de invoering van de Wet verbod pelsdierhouderij op 15 januari is het straks ook gedaan met nertsoliekoopjes op Marktplaats.

Helaas duurt het nog tot 2024 voor de fokkerijen echt hun deuren sluiten. De komende twaalf jaar stikken zeker 56 miljoen nertsen in Nederlandse gaskamers. Hoeveel liter ‘restafval’ daarmee ‘vrij’komt, en nog op mensenhanden en -lijven gesmeerd gaat worden, ik wil het niet eens weten.

Nertsoliezeep wast de handen misschien wel schoon, maar het bloed, de pijn, en het onmetelijk dierenleed dat de bron ervoor vormt valt niet weg te poetsen.

woensdag 26 december 2012

Aangehaald



‘De beste manier om een mens te bestuderen is via zijn hond’
Cesar Millan

Cesar, Martin en de amandelkern



Cesar Millans tegenstanders zetten hem graag neer als een dierenbeul. Oké zulke witte tanden doen pijn aan je ogen, maar een dierenbeul zie ik niet. En ik heb toch menig avondmaal in het gezelschap van Cesar en Daddy genuttigd. Zo vaak dat ik een traantje moest wegpinken toen ik las dat Daddy niet langer onder ons was.

In het corrigeren of belonen-debat heb ik nog steeds geen kant kunnen kiezen. Al lijkt mij het idee dat dominantie en harmonie niet samengaan onjuist. Maar ik heb dan ook een Bas en geen hond. En de katten in mijn buurt leven alleen vreedzaam samen als overduidelijk is wie de scepter over de brandpoort zwaait.

Hoe dan ook, de kwestie Cesar of Martin verdeelt hondlievend Nederland tot op het bot. Een controverse die Martin Gaus regelmatig aanwakkert: “Dat hele roedelprincipe is ontzettend achterhaald.” “Cesar Millan heeft klok vijftien jaar teruggezet.” “Bij onze vriend Cesar gaat de staart tussen de poten.”

De haatmail vliegt in het rond, elke keer als het debat weer oplaait. Dan staan gelovers uit het kamp de-onderdanige-hond-is-geen-gelukkige-hond de aanhangers van een-hond-is-gelukkig-met-een-echte-leiderkamp naar het leven. En vice versa. Tja. Ik weet alleen met wie ik liever de hond zou uitlaten.

Afijn, over het ravijn tussen Gaus- en Millan-aanhangers is al genoeg gezegd en geschreven. Blijkbaar ben je voor of tegen en is er geen middenweg. Een pad dat ik graag bewandel. 

Gelukkig zijn de meeste hondenfluisteraars het over één ding eens: het moeilijkste is nog de opvoeding van de baasjes. Of zoals Millan het zegt: ‘Er zijn geen slechte honden, alleen slechte bazen.’

En toen vond ik dé oplossing om de Millan-Gauskloof te dichten. In een artikel in de Volkskrant van 11 december van Ellen de Visser, ‘Waar komen de rillingen over je rug vandaan?’ Mensen, het draait allemaal om de amygdala, het stukje hersenen dat de prikkels van de zintuigen beoordeelt.

“Bij beloning en schrik zijn dezelfde netwerken in de hersenen betrokken en voor de hersenstam maakt het blijkbaar ook niet uit of sprake is van positieve of negatieve emoties”, legt De Visser uit. 

Dus zowel Gaus als Millan prikkelen deze zelfde amandelkern en veroorzaken bij honden dezelfde reactie: kippenvel.

Zo, en nu begraven die strijdbijl. Vrede op aarde.

maandag 10 december 2012

Aangehaald



‘(...) die grootste droom van alle dromen: ooit nog eens hetzelfde als iedereen te zeggen, alleen dan in andere, onvergetelijke woorden.’
Martin Bril

vrijdag 30 november 2012

Beestjesvrij



Een haar in mijn eten. Yuk! In een restaurant ‘braakverwekkend’, maar ik moet ook even slikken als ik er een van mezelf uit mijn bord oplepel.

Een kattenhaar in de soep vind ik dan weer niet zo erg, als ie maar van Bas is, maar daar blijft het dan ook bij. Op haren van andere dieren, katten of anderszins wil ik niet kauwen. Ook niet op varkenshaar.

Dan sta je toch even raar te kijken als je leest dat er varkenshaar in je bammetje zit. “Fabel!”, schreeuwt het Voorlichtingsbureau voor Brood bijna uit.
 
De broodverbeteraar E920 is alleen maar gemaakt uit dierlijk haar. Namelijk uit de keratine in paarden-, runder- of varkensharen. Of zoals de broodpromoter het omschrijft: “Het is dus niet zo dat er gemalen (varkens)haar in brood zit, maar het in haren aanwezige eiwit kan gebruikt worden om cysteïne uit te isoleren.”

Nu zijn er lijsten met daarop de E-nummers waarin dierlijke producten verwerkt zijn. Fijn, maar het valt niet mee om gewapend met zo’n E-lijst door de supermarkt te navigeren. En trouwens, wie heeft daar nu tijd voor?

Nee, ik wil het in één opslag kunnen zien. Fijn als ik een mededeling zie dat een product ‘vegan’ is. Ik wil het vooral zien als het dat níét is. En dan niet eufemistisch verscholen achter E-nummers. Niet in priegellettertjes achter op een pak roze koeken ‘E120’, maar hup een sticker erop met de tekst: ‘hier zitten beestjes in’.

Babybliss adverteert met borstels die gemaakt zijn van everzwijnhaar. Kijk, daar kan ik wat mee. Die borstel komt zelfs niet in de buurt van mijn haar. Beter nog, voor de zekerheid koop ik maar helemaal geen Babybliss-producten.

Je weet maar nooit.